Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CG:2022:11

Centrale Grondkamer

Datum uitspraak
24 februari 2022
Publicatiedatum
4 juli 2024
Zaaknummer
GP 11.818
Instantie
Centrale Grondkamer
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:333 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening pachtprijs en toevoeging bepalingen door Centrale Grondkamer

In deze zaak heeft de Centrale Grondkamer op 24 februari 2022 uitspraak gedaan over een geschil tussen een pachter en een verpachter betreffende de herziening van de pachtprijs van een landbouwperceel. Na een deskundigenonderzoek, waarvan het rapport aan partijen is toegezonden en waartegen slechts een beperkte opmerking van de verpachter is ontvangen, heeft de kamer het rapport gevolgd.

De deskundigen kwamen tot een pachtwaarde van €3.964 per jaar, gelijk aan het eerder door de grondkamer vastgestelde bedrag. De Centrale Grondkamer voegde echter enkele bepalingen toe met betrekking tot de doorberekening van waterschapslasten, ruilverkavelingsrente en onderhoudskosten, waardoor het hoger beroep van de verpachter deels gegrond werd verklaard.

De kamer vernietigde de eerdere beschikking en stelde de pachtprijs opnieuw vast met de nieuwe bepalingen, ingaande 1 oktober 2018. Tevens werd een proceskostenveroordeling uitgesloten, gelet op de aard van de procedure en het deskundigenonderzoek.

De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldig deskundigenrapport en een heldere regeling van bijkomende kosten in pachtzaken, waarbij de belangen van beide partijen worden meegewogen.

Uitkomst: De pachtprijs werd vastgesteld op €3.964 per jaar met aanvullende bepalingen, ingaande 1 oktober 2018, zonder proceskostenveroordeling.

Uitspraak

CENTRALE GRONDKAMER
Datum: 24 februari 2022
Dossiernummer: GP 11.818
Beschikking
in de zaak van:

[pachter],

wonende te [adres] te [postcode] [woonplaats],
-hierna te noemen: de pachter-
gemachtigde: A.A.T. Stoffels, Arvalis Juristen te Roermond
-tegen-

Stichting R.K. Weeshuis,

gevestigd [adres], [vestigingsplaats],
-hierna te noemen: de verpachter –
gemachtigde: mr. J.C.M. Jochemsen-Vernooij, Hekkelman Advocaten te Nijmegen
1.
Het verdere geding in hoger beroep
1. De Centrale Grondkamer heeft op 10 december 2020 een tussenbeschikking gegeven.
2. Na die tussenbeschikking hebben deskundigen onderzoek gedaan. Van dat onderzoek hebben zij een rapport gemaakt. Een kopie van dat rapport is aan deze beschikking gehecht.
3. Bij brief van 16 september 2021 is een kopie van het rapport naar partijen gestuurd. Daarbij is meegedeeld dat binnen vier weken bezwaren tegen dat rapport kenbaar gemaakt kunnen worden of een verzoek om een mondelinge behandeling kan worden gedaan. In de brief staat ook dat wanneer binnen de gestelde termijn geen bericht van partijen is ontvangen, de Centrale Grondkamer aanneemt dat partijen tegen het rapport geen bezwaren hebben.
4. De Centrale Grondkamer heeft vervolgens alleen van verpachter een bericht ontvangen, op 27 september 2021. Verpachter heeft de Centrale Grondkamer verzocht om op het rapport de
voorletters van de naam van de rentmeester, die namens verpachter bij het onderzoek ter plaatse van het gepachte aanwezig was, te wijzigen.
2.
De verdere beoordeling van het geschil in hoger beroep
De Centrale Grondkamer heeft in haar tussenbeschikking van 10 december 2020 bepaald dat de deskundigen onderzoek moeten doen naar de pachtwaarde van het verpachte.
De deskundigen hebben in hun rapport vermeld wat volgens hen de pachtwaarde van het gepachte is. Naar het oordeel van de Centrale Grondkamer hebben de deskundigen in hun rapport in voldoende mate en op juiste wijze gelet op wat partijen hebben meegedeeld. De Centrale Grondkamer zal het rapport dan ook volgen.
De Centrale Grondkamer constateert dat volgens de deskundigen en partijen het verpachte kadastraal bekend is als gemeente [gemeente in de provincie Limburg], [kadastrale aanduiding] (i.p.v. [kadastrale aanduiding]) [kadastrale aanduiding]
4. Naar aanleiding van het verzoek van verpachter om een naamwijziging op het rapport overweegt de Centrale Grondkamer het volgende. In het rapport is kennelijk sprake van een onjuiste naamvermelding. De Centrale Grondkamer zal het rapport verbeterd lezen in die zin dat de voorletters van de rentmeester van verpachter niet zijn “[voorletters]” maar “[voorletter]”.
5. De deskundigen komen in hun rapport tot een pachtwaarde voor het gepachte perceel van € 3.964 per jaar - hetzelfde bedrag als de grondkamer eerder - met de hierna te noemen bepalingen. De Centrale Grondkamer is van oordeel dat de pachtprijs moet worden bepaald op dat bedrag met die bepalingen zoals hierna te vermelden.
6. Omdat de Centrale Grondkamer het eens is met het bedrag dat de grondkamer als pachtprijs had bepaald, is het hoger beroep van verpachter en pachter tot zover ongegrond. De Centrale Grondkamer voegt enkele bepalingen toe en het hoger beroep van verpachter is dan ook in die zin gegrond dat het leidt tot een andere pachtprijs dan de grondkamer had bepaald (namelijk wat betreft de extra bepalingen). Omwille van de leesbaarheid van de beslissing zal de Centrale Grondkamer de beschikking van de grondkamer hierna vernietigen en de nieuwe pachtprijs opnieuw, in het geheel, vermelden.
7. Verpachter heeft verzocht om veroordeling van de pachter in de kosten van deze procedure. Voor een veroordeling in de kosten is in een procedure als deze echter geen plaats.

Beslissing

De Centrale Grondkamer, beschikkende in hoger beroep:
vernietigt de beschikking, waarvan beroep, en opnieuw beschikkende:
herziet de tegenprestatie en bepaalt de pachtprijs op € 3.964 per jaar, ingaande 1 oktober 2018;
de pachtprijs kan vermeerderd worden met maximaal 50% van de waterschapslasten zoals die in het betrokken jaar zijn vastgesteld;
indien op het verpachte land een ruilverkavelingsrente dan wel een landinrichtingsrente rust, kan door de verpachter 50% van de ruilverkavelingsrente dan wel landinrichtingsrente aan de pachter doorberekend worden met een maximum van € 25,- per ha per jaar;
indien de geldelijke lasten welke de verpachter door publiekrechtelijke lichamen zijn opgelegd, worden verhoogd in verband met door deze lichamen uit te voeren onderhoudswerkzaamheden, die vóórdien ten laste kwamen van de pachter, kan de verpachter ten hoogste het bedrag van de aan die werkzaamheden verbonden kosten aan de pachter doorberekenen.
Deze beschikking is gegeven op 24 februari 2022 door mrs. Th.C.M. Willemse, R.W.E. van Leuken en
B.J.H. Hofstee en de deskundige leden ing. P. Kerkstra en ing. C.R.M. van Wijk-Francissen, in tegenwoordigheid van mr. M. Vriend als griffier.