ECLI:NL:CBB:2026:87
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen herberekening GLB-betalingen wegens niet-subsidiabel landbouwareaal
De maatschap exploiteert een melkveehouderij en had voor het jaar 2019 basis- en vergroeningsbetalingen en een extra betaling voor jonge landbouwers aangevraagd voor een oppervlakte van 10,54 hectare. De minister herberekende deze betalingen en keurde een deel van perceel 6 (0,34 ha) af, waardoor de maatschap een bedrag moest terugbetalen.
De maatschap voerde aan dat een gedeelte van 0,24 hectare van perceel 6 subsidiabel moest zijn omdat zij een beheerovereenkomst had afgesloten waarbij het perceel in een bepaalde periode onder water moest staan. De minister stelde dat het perceel ook buiten deze periode onder water stond, wat noemenswaardige hinder voor landbouwactiviteiten veroorzaakte.
Het College oordeelde dat de minister terecht het gedeelte van het perceel als niet-subsidiabel had aangemerkt omdat het onder water staan buiten de beheerovereenkomst viel en daardoor de landbouwactiviteiten hinderde. Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de maatschap tegen de herberekening van GLB-betalingen is ongegrond verklaard omdat het perceel terecht niet als subsidiabel is aangemerkt.