ECLI:NL:CBB:2026:326

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
24/403
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Geheimhoudingsbeslissing
Rechters
  • T. Pavićević
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 AwbArt. 8:12 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beperking kennisneming vertrouwelijke persoonsgegevens en bedrijfsgegevens in bestuursrechtelijke procedure

In deze bestuursrechtelijke procedure heeft een veehouderij beroep ingesteld tegen een besluit van de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. De staatssecretaris heeft vertrouwelijke versies van bepaalde stukken overgelegd, waaronder mailwisselingen, logboekanalyses en bevindingen van toepassingsinspecties, met daarin persoonsgegevens en bedrijfsgegevens van derden.

Het College heeft op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht de rechter-commissaris opgedragen te beslissen over de rechtmatigheid van de beperking van kennisneming van deze stukken. De rechter-commissaris heeft belangen afgewogen tussen het belang van partijen om over relevante informatie te beschikken en het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer en bedrijfsgevoelige informatie van derden.

De rechter-commissaris concludeert dat de beperking van kennisneming gerechtvaardigd is omdat onbeperkte toegang tot deze gegevens een onevenredig nadeel voor betrokkenen zou opleveren en de privacy zou schenden. Tevens is het belang van de staatssecretaris meegewogen om in de toekomst dergelijke informatie te blijven ontvangen voor een goede taakuitoefening. De veehouderij heeft onvoldoende onderbouwd waarom volledige kennisneming noodzakelijk is.

Het College verzoekt de veehouderij binnen twee weken schriftelijk aan te geven of zij instemt met uitspraak mede op basis van de vertrouwelijke stukken. De beslissing is genomen door rechter-commissaris T. Pavićević op 7 juli 2026.

Uitkomst: De beperking van kennisneming van vertrouwelijke persoonsgegevens en bedrijfsgegevens is gerechtvaardigd verklaard.

Uitspraak

beslissing

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 24/403
beslissing van de rechter-commissaris op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen

Veehouderij [naam 1] , te [vestigingsplaats] (veehouderij)

(gemachtigde: mr. R. Scholten)
en
de staatssecretaris (voorheen: de minister) van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
(gemachtigde: mr. P.M.M. van Bennekom)

Procesverloop

De veehouderij heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van 15 maart 2024.
De staatssecretaris heeft als bijlage bij het verweerschrift de vertrouwelijke versie van een aantal gedingstukken ingezonden en meegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van deze stukken.
Het betreft (delen van) de volgende stukken:
- 2. Mailwisseling [naam 2] ;
- 5. Logboekanalyse veehouders waar Racumin Foam was toegepast;
- 6. Bevindingen toepassingsinspectie kalverhouderij.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Met toepassing van artikel 8:12 van Pro de Awb heeft het College mr. T. Pavićević opgedragen om als rechter-commissaris deze beslissing te nemen. De staatssecretaris is van mening dat de vertrouwelijkheid van de bedrijfsnaam en het adres van de kalverhouderij waar het kalf met coumatetralyl in de lever vandaan kwam en alle bedrijfsnamen en adressen van de klanten van [naam 2] waar Racumin Foam is toegepast moet worden gerespecteerd, omdat onbeperkte kennisneming van deze informatie tot een onevenredig nadeel voor derden zal kunnen leiden. Kennisneming van deze informatie is voor de veehouderij niet noodzakelijk om haar belangen naar behoren te kunnen bepleiten.
2 Bij deze beslissing moet de rechter-commissaris belangen tegen elkaar afwegen. Aan de ene kant speelt hierbij het belang dat partijen beschikken over dezelfde voor het beroep relevante informatie en het belang dat het College beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Aan de andere kant kan kennisneming van bepaalde gegevens door de ene partij het belang van een betrokkene onevenredig schaden, terwijl de staatssecretaris er belang bij heeft ook in de toekomst de informatie, waaronder concurrentiegevoelige gegevens, aangeleverd te krijgen die hij voor een goede uitoefening van zijn taken nodig heeft.
De veehouderij heeft in reactie op het verzoek tot beperkte kennisneming schriftelijk laten weten dat het verzoek zelf geen blijk geeft van gewichtige redenen op grond waarvan het dient te worden gehonoreerd. Volgens de veehouderij is het wellicht niet noodzakelijk, maar wel wenselijk om over de informatie te beschikken.
3 De rechter-commissaris oordeelt dat de gevraagde beperking van de kennisneming van de stukken 2. Mailwisseling [naam 2] , 5. Logboekanalyse veehouders waar Racumin Foam was toegepast en 6. Bevindingen toepassingsinspectie kalverhouderij gerechtvaardigd is.
In het document onder 5 zijn alle bedrijfsnamen en adressen van de klanten van [naam 2] opgenomen waar Racumin Foam is toegepast. In de documenten onder 2 en 6 wordt de bedrijfsnaam en het adres van de kalverhouderij waar het kalf met coumatetralyl in de lever vandaan kwam genoemd. Deze stukken bevatten dus persoons- en bedrijfsvertrouwelijke gegevens van verschillende niet bij deze procedure betrokken personen en bedrijven. Deze gegevens moeten vertrouwelijk blijven, omdat kennisneming van deze informatie door alle partijen tot een onevenredig nadeel voor betrokkenen zal kunnen leiden en een inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer tot gevolg zal kunnen hebben. De rechter-commissaris heeft ook het belang meegewogen van de staatssecretaris om in de toekomst de informatie aangeleverd te krijgen die hij nodig heeft voor een goede uitoefening van zijn taken. Naar het oordeel van de rechter-commissaris zijn dit gewichtige redenen om de kennisneming van de stukken te beperken. Daar komt bij dat de veehouderij niet heeft onderbouwd waarom het wenselijk is om wel over de weggelakte gegevens te kunnen beschikken.
4 Het College kan alleen met toestemming van de andere partijen mede op de grondslag van die stukken uitspraak doen. De veehouderij wordt verzocht om binnen twee weken na heden schriftelijk kenbaar te maken of zij ermee instemt dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van de stukken 2, 5 en 6 uitspraak doet op het beroep.

Beslissing

De rechter-commissaris:
- beslist dat de gevraagde beperking van de kennisneming van de stukken 2, 5 en 6 gerechtvaardigd is;
- verzoekt de veehouderij om binnen twee weken na de verzending van deze beslissing schriftelijk aan het College kenbaar te maken of zij ermee instemt dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van de stukken 2, 5 en 6 uitspraak doet op het beroep.
Deze beslissing is genomen op 7 juli 2026 door mr. T. Pavićević, in aanwezigheid van
mr. I.S. Post, griffier.
w.g. T. Pavićević w.g. I.S. Post