ECLI:NL:CBB:2026:256
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens onvoldoende beperking van condensvorming in slachthuis
Op 4 augustus 2021 constateerde een toezichthouder van de NVWA bij een inspectie in het slachthuis veel grote en kleine condensdruppels aan een gedeelte van het plafond in een productieruimte waar vers varkensvlees werd verpakt. De minister stelde vast dat het plafond niet zo was ontworpen en uitgevoerd dat condensvorming werd beperkt, wat een overtreding van de Wet dieren en de Verordening (EG) 852/2004 opleverde. De minister legde een bestuurlijke boete van €2.500,- op.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van het slachthuis ongegrond en oordeelde dat het slachthuis onvoldoende had gedaan om condensvorming te voorkomen, ondanks het hanteren van een condensprotocol. De rechtbank vond dat de aanwezigheid van condensdruppels al een verontreinigingsrisico vormde, ook al waren er geen druppels op het vlees gevallen.
In hoger beroep betoogde het slachthuis dat de condensvorming plotseling was ontstaan door omstandigheden aan het begin van de dag en dat tijdig werd gemopt voordat druppels op het vlees konden vallen. Het College oordeelde echter dat de hoeveelheid condens het vermoeden rechtvaardigde dat het plafond niet voldeed aan de ontwerpvoorschriften en dat het slachthuis onvoldoende had weerlegd dat er sprake was van een overtreding.
Het College matigde de boete met 10% vanwege een overschrijding van de redelijke termijn in de bestuursrechtelijke procedure, waardoor de boete werd vastgesteld op €2.250,-. Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierechten. De overige onderdelen van de uitspraak van de rechtbank werden bevestigd.
Uitkomst: Het College bevestigt de overtreding en legt een gematigde boete van €2.250,- op wegens overschrijding van de redelijke termijn.