ECLI:NL:CBB:2026:215

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
19 mei 2026
Zaaknummer
25/205
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Geheimhoudingsbeslissing
Rechters
  • T. Pavićević
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 AwbArt. 8:12 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing over beperking kennisneming persoonsgegevens en hondenchipnummers in bestuursrechtelijke procedure

De Stichting heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. De minister had een vertrouwelijke versie van enkele stukken ingediend en verzocht om beperking van kennisneming op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De rechter-commissaris heeft de belangen afgewogen tussen het belang van partijen om over dezelfde relevante informatie te beschikken en het belang van de minister om vertrouwelijke gegevens te beschermen. De stukken bevatten persoonsgegevens van derden, maar deze waren reeds bekend bij de stichting. Ook de chipnummers van de honden waren bekend en niet gemotiveerd als vertrouwelijk aangemerkt.

Daarom is de beperking van kennisneming van de stukken B1 tot en met B4 niet gerechtvaardigd. De stukken worden teruggezonden aan de minister met het verzoek binnen twee weken een nieuwe versie aan te leveren zonder onterecht weggelakte gegevens. Bij nalaten kan het College gevolgtrekkingen maken.

Uitkomst: Het verzoek tot beperking van kennisneming van stukken met persoonsgegevens en hondenchipnummers wordt afgewezen.

Uitspraak

beslissing

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 25/205
beslissing van de rechter-commissaris op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen

Stichting [naam] , te [vestigingsplaats] , (stichting)

(gemachtigde: mr. J. Biemond),
en
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
(gemachtigde: mr. R.C.M. Martens).

Procesverloop

De stichting heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van 28 januari 2025.
De minister heeft de vertrouwelijke versie van een aantal gedingstukken ingezonden en met verwijzing naar artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van deze stukken.
Het betreft (delen van) de volgende stukken:
- B1 Rapport van bevindingen [nummer 1] met 6 bijlagen;
- B2 Rapport van bevindingen [nummer 2] met 6 bijlagen;
- B3 Beslissing teruggave hond 10 oktober 2024, IBG-nummer [nummer 3] ;
- B4 Beslissing teruggave hond 10 oktober 2024, IBG-nummer [nummer 4] .
Het College heeft op 5 mei 2026 een reactie van de stichting ontvangen.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Met toepassing van artikel 8:12 van Pro de Awb heeft het College een rechter-commissaris opgedragen deze beslissing te nemen.
2 Bij deze beslissing moet de rechter-commissaris belangen tegen elkaar afwegen. Aan de ene kant speelt hierbij het belang dat partijen beschikken over dezelfde voor het beroep relevante informatie en het belang dat het College beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Aan de andere kant kan kennisneming van bepaalde gegevens door de ene partij het belang van een of meer andere partijen onevenredig schaden, terwijl de minister er belang bij heeft ook in de toekomst de informatie, waaronder concurrentiegevoelige gegevens, aangeleverd te krijgen die hij voor een goede uitoefening van zijn taken nodig heeft.
3.1
De rechter-commissaris oordeelt dat beperking van de kennisneming van de stukken [B1 tot en met B4] niet gerechtvaardigd is. Deze stukken bevatten onder meer persoonsgegevens van verschillende niet bij deze procedure betrokken personen. De initialen en achternamen van deze personen zijn door de minister zelf vermeld in het verzoek om vertrouwelijkheid en zijn dus bij de stichting bekend. De stichting heeft in haar reactie van
5 mei 2026 erkend bekend te zijn met de namen en adressen van de adoptanten van de honden. Om die reden is er geen gewichtige reden om de kennisneming van deze namen en adressen te beperken. Het verzoek om beperking van de kennisneming wordt daarom afgewezen.
3.2
De rechter-commissaris stelt vast dat de minister ook gegevens heeft weggelakt die niet in het verzoek om vertrouwelijkheid worden genoemd, zoals de locatie in B1, en de chipnummers van de betreffende honden. Voor deze gegevens heeft de minister niet gemotiveerd dat er een gewichtige reden is om de kennisneming van deze namen te beperken. De chipnummers van de honden zijn bovendien door de minister in zijn besluit op bezwaar vermeld en zijn dus bekend bij de stichting.
4 De rechter-commissaris stuurt gelet op het voorgaande de stukken B1 tot en met B4 terug aan de minister. De minister dient binnen twee weken na de verzending van deze beslissing een nieuwe versie van deze stukken aan het College en de andere partij toe te sturen. Stuurt de minister een of meer stukken niet in, dan kan het College daaruit de gevolgtrekkingen maken die hem geraden voorkomen.

Beslissing en vervolgstappen

De rechter-commissaris:
- beslist dat beperking van de kennisneming van de stukken B1 tot en met B4 niet gerechtvaardigd is;
- bepaalt dat de documenten genoemd onder het vorige aandachtsstreepje worden teruggezonden aan de minister;
- verzoekt de minister binnen twee weken na heden een nieuwe versie van de stukken B1 tot en met B4 aan het College en de andere partij toe te sturen.
Aldus genomen door mr. T. Pavićević, in tegenwoordigheid van mr. I.S. Post als griffier, op
12 mei 2026. .
w.g. T. Pavićević w.g. I.S. Post