ECLI:NL:CBB:2026:195
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Geheimhoudingsbeslissing
- Rechtspraak.nl
Beslissing over geheimhouding en beperking kennisneming in hoger beroep mededingingszaken
In deze bestuursrechtelijke zaak hebben meerdere ondernemingen hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft vertrouwelijke stukken ingediend waarvan alleen het College kennis mag nemen. De ondernemingen hebben bezwaar gemaakt tegen de beperking van kennisneming van bepaalde stukken.
De rechter-commissaris heeft op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht een belangenafweging gemaakt tussen het belang van partijen om over relevante informatie te beschikken en het belang van bescherming van concurrentiegevoelige gegevens en persoonlijke belangen van betrokkenen.
De rechter-commissaris oordeelt dat de geheimhouding van een verklaring van een marktpartij en de ruwe antwoorden van een enquête gerechtvaardigd is. Deze stukken bevatten gevoelige informatie die onevenredige nadelige gevolgen kan veroorzaken. Tegelijkertijd is vastgesteld dat de ondernemingen voldoende informatie hebben om hun belangen te behartigen. Het College verzoekt de ondernemingen om aan te geven of zij instemmen met het gebruik van de vertrouwelijke stukken voor de uitspraak.
Uitkomst: De beperking van kennisneming van vertrouwelijke stukken is gerechtvaardigd verklaard.