Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 april 2026 in de zaak tussen
Liander N.V., te Arnhem (Liander)
Autoriteit Consument en Markt (ACM)
met als derde partij
Stichting [naam 1] , te [vestigingsplaats] (stichting)
Procesverloop
Overwegingen
Ten aanzien van de vier woningen heeft de ACM zich op het standpunt gesteld dat de periode tussen de startdatum en het daadwerkelijke begin met de werkzaamheden voor de aansluitingen, in dit geval 12 weken, voor rekening van Liander komt. Verder komt de periode die Liander nodig heeft gehad om te reageren op de oplossing voor de realisatie van vier aansluitingen, te weten drie weken, ook voor rekening van Liander. Dit betekent dat de aansluittermijn in ieder geval met 15 weken is toegenomen. Het nieuw te plaatsen transformatorstation kan geen rol spelen bij de beoordeling van de redelijke aansluittermijn. De aansluitingen zijn namelijk gerealiseerd zonder dit transformatorstation. Volgens de ACM is de aansluittermijn van 30 weken dan ook onredelijk.
Beslissing
- verklaart het beroep van Liander gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt de ACM op binnen twaalf weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van de aanwijzingen in deze uitspraak;
- draagt de ACM op het betaalde griffierecht van € 371,- aan Liander te vergoeden;
Bijlage
Een aansluiting wordt door de netbeheerder gerealiseerd binnen een redelijke termijn. Deze redelijk termijn is in ieder geval verstreken wanneer de gevraagde aansluiting niet is gerealiseerd binnen 18 weken nadat het verzoek om een aansluiting bij de netbeheerder in ingediend, indien het verzoek betreft:
1. In het onderzoek, als bedoeld in artikel 9.6, eerste lid, en artikel 9.7, eerste lid, onderzoekt de netbeheerder voor een gebied waarvoor de netbeheerder een vooraankondiging heeft