ECLI:NL:CBB:2026:118
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-indienen gronden beroepschriften
De onderneming heeft verzet ingesteld tegen drie uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin haar beroepen niet-ontvankelijk werden verklaard omdat zij de gronden van de beroepen niet binnen de gestelde termijn had ingediend. Het College had de onderneming eerder in de gelegenheid gesteld om binnen acht weken alsnog de gronden in te dienen, maar dit was niet gebeurd volgens het College.
De onderneming stelde dat de motivering van de beroepschriften al op 25 september 2024 was verzonden en overlegde ter onderbouwing e-mails. Tijdens de zitting verklaarde een bestuurder over het verzendproces van de motivering. Het College oordeelde op basis van de stukken en de authentieke verklaring dat de motivering inderdaad binnen de termijn per gewone post was verzonden, maar niet was ontvangen door het College.
Hierdoor was de onderneming niet in verzuim en waren de beroepen terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het verzet werd daarom gegrond verklaard, de eerdere uitspraken vervallen en de onderzoeken worden voortgezet in de stand waarin zij zich bevonden. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd, waardoor de onderzoeken worden voortgezet.