ECLI:NL:CBB:2026:115
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding afgewezen
De onderneming heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin haar beroep tegen een besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat ongegrond werd verklaard. Het oorspronkelijke besluit verklaarde het bezwaar van de onderneming niet-ontvankelijk wegens niet verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.
De bezwaartermijn eindigde op 24 maart 2022, maar het bezwaarschrift werd pas op 2 september 2022 ontvangen. De onderneming stelde dat zij gerechtvaardigd mocht vertrouwen op een onjuiste interpretatie van het afwijzingsbesluit, omdat zij dacht dat de afwijzing was gebaseerd op het niet ingeschreven staan in het Handelsregister, terwijl de werkelijke reden was dat de hoofdactiviteit niet binnen de SBI-codes van de TVL-regeling viel.
Het College oordeelde echter dat de tekst van het besluit duidelijk was en dat de onderneming de termijnoverschrijding aan zichzelf te wijten had. De termijnoverschrijding werd niet als verschoonbaar beschouwd. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de zaak werd hiermee definitief afgesloten.
Uitkomst: Het verzet van de onderneming tegen de niet-ontvankelijkheid van haar bezwaar wegens termijnoverschrijding is ongegrond verklaard.