ECLI:NL:CBB:2026:114
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding in boete Wet dieren
Betrokkene maakte bezwaar tegen een boete van €3000,- opgelegd door de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur wegens overtreding van de Wet dieren. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het hogerberoepschrift niet binnen de wettelijke termijn was ingediend.
Betrokkene stelde dat het hogerberoepschrift tijdig was ingediend omdat de uitspraak van de rechtbank op 8 augustus 2024 als onbestelbaar was geretourneerd en pas op 29 augustus 2024 opnieuw was verzonden. Het College oordeelde echter dat de termijn voor hoger beroep begon te lopen op de dag na de eerste verzending, ongeacht de retourzending, en eindigde op 19 september 2024. Het hogerberoepschrift was op 7 oktober 2024 ontvangen, dus te laat.
Het College vond de termijnoverschrijding niet verschoonbaar omdat betrokkene na ontvangst van de tweede verzending nog voldoende tijd had om binnen de termijn hoger beroep in te stellen. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en het hoger beroep niet inhoudelijk behandeld. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening.