De onderneming heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak van het College waarin haar beroepen tegen vier besluiten van de minister van Economische Zaken en Klimaat werden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid. De minister had een brief van de onderneming van 26 juni 2023 aangemerkt als bezwaarschrift, maar het College oordeelt dat deze brief een verzoek tot heroverweging betreft en geen bezwaarschrift.
Het College stelt vast dat de minister ten onrechte de brief als bezwaarschrift heeft gekwalificeerd, waardoor de bezwaartermijn niet correct is toegepast. Daarom verklaart het College het verzet gegrond, vernietigt de eerdere uitspraak en de vier bestreden besluiten van 29 september en 6 oktober 2023, en beveelt dat de minister opnieuw inhoudelijk beslist op het verzoek van de onderneming.
Daarnaast veroordeelt het College de minister tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van de onderneming, waarbij een beperking wordt toegepast op de vergoeding voor identieke beroepschriften. Het College benadrukt dat de minister in dit geval niet mag weigeren te beslissen op het verzoek wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.