De exploitant van een biogasinstallatie kreeg een boete van €2.500,- opgelegd wegens het niet voldoen aan de registratie-eisen van bewakingsresultaten, vastgesteld na een inspectie door de NVWA op 1 oktober 2020. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en wees matiging van de boete af ondanks een overschrijding van de redelijke termijn.
In hoger beroep handhaaft het College van Beroep voor het bedrijfsleven het oordeel dat de boete terecht is opgelegd, onder meer omdat de overtreding volgens het interventiebeleid direct een boete rechtvaardigt en de cautie tijdig is gegeven. Wel oordeelt het College dat de boete gematigd moet worden vanwege de overschrijding van de redelijke termijn van de gehele procedure, die meer dan zes maar minder dan twaalf maanden bedraagt.
Verder oordeelt het College dat het niet wijzen op het recht op rechtsbijstand voorafgaand aan het verhoor geen gevolgen heeft, omdat er geen verklaring is afgelegd die als bewijs is gebruikt. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De boete wordt vastgesteld op €2.250,-.