ECLI:NL:CBB:2025:666

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
25/930
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening inzake intrekking ontheffing Winkeltijdenverordening Heerlen 2019

In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 10 december 2025 uitspraak gedaan over een verzoek om voorlopige voorziening van een ondernemer wiens ontheffing op grond van de Winkeltijdenverordening Heerlen 2019 per direct is ingetrokken door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen. De ondernemer, die een avondwinkel exploiteert, had bezwaar gemaakt tegen de intrekking van de ontheffing, die hem eerder was verleend om zijn winkel tussen 22:00 en 01:00 uur te openen. De intrekking vond plaats na controles waarbij vapes met smaken werden aangetroffen, wat volgens het college in strijd was met de voorschriften van de ontheffing.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de ondernemer spoedeisend belang had bij zijn verzoek, omdat de intrekking van de ontheffing directe financiële gevolgen had voor zijn bedrijfsvoering. Echter, de rechter concludeerde dat het college bevoegd was om de ontheffing in te trekken, aangezien de ondernemer de voorschriften niet had nageleefd. De rechter benadrukte dat de volksgezondheid een belangrijke overweging was in de besluitvorming, hoewel dit niet de enige factor was. De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af, omdat de intrekking van de ontheffing rechtmatig was en de ondernemer de mogelijkheid had om in de toekomst een nieuwe ontheffing aan te vragen.

De uitspraak benadrukt de noodzaak voor ondernemers om zich aan de voorschriften van ontheffingen te houden en de rol van de gemeente in het handhaven van de openbare orde en volksgezondheid. De beslissing is openbaar uitgesproken en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 25/930
uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 december 2025 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[naam 1] , handelend onder de naam [naam 2], te [woonplaats] (ondernemer)
(gemachtigde: mr. F.E.L. Teerling)
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen

(gemachtigden: mr. W.M.N. Adam en mr. B.J.R. Visser)

Procesverloop

Met het besluit van 7 november 2025 heeft het college van b en w de aan de ondernemer verleende ontheffing op grond van de Winkeltijdenverordening Heerlen 2019 per direct ingetrokken.
De ondernemer heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het college van b en w heeft de intrekking van de ontheffing niet opgeschort in afwachting van deze uitspraak.
Het college van b en w heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 9 december 2025. Aan de zitting hebben deelgenomen: verzoeker en de gemachtigden van partijen.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij het College beroep is ingesteld, dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep, bezwaar is gemaakt, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor zover in deze uitspraak een oordeel wordt gegeven over de rechtmatigheid van het primaire besluit, is sprake van een voorlopig oordeel dat het College niet bindt in een eventuele bodemprocedure.
2 De voorzieningenrechter is van oordeel dat de ondernemer spoedeisend belang heeft bij de door hem gevraagde voorlopige voorziening, omdat hij door de intrekking van de ontheffing zijn winkel niet meer tussen 22:00 en 01:00 uur mag openen en daardoor inkomsten, die hij nodig heeft voor zijn bedrijfsvoering, misloopt.
3 De ondernemer exploiteert een avondwinkel in [woonplaats] . De avondwinkel is geopend van 14.00 uur tot 01.00 uur. Voor de openstelling van 22.00 uur tot 01.00 uur heeft het college van b en w de ondernemer op 1 augustus 2024 op grond van de Winkeltijdenverordening Heerlen 2019 een ontheffing van de Winkeltijdenwet verleend.
4 Het college van b en w heeft de ontheffing met het bestreden besluit per 7 november 2025 ingetrokken, omdat tijdens een controle op 8 augustus 2025 629 vapes met smaken zijn aangetroffen in de avondwinkel en tijdens een controle op 5 september 2025 nog eens 35 vapes met smaken. Aan de intrekking heeft het college van b en w (onder andere) ten grondslag gelegd dat vapes niet behoren tot het reguliere supermarktassortiment.
5. De ondernemer is het niet eens met de intrekking van de ontheffing. Hij dacht dat de verkoop van vapes door het college van b en w werd gedoogd. Hij vindt ook dat het college van b en w niet bevoegd is om de ontheffing in te trekken. In het besluit staat dat het college van b en w het belang van de volksgezondheid heeft meegewogen, maar de volksgezondheid kan in het kader van de intrekking van de ontheffing geen rol spelen. Dat is een aspect dat thuishoort bij controle op de naleving van de Tabaks- en rookwarenregelgeving. Die controle is een bevoegdheid van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De NVWA heeft twee boetes opgelegd voor de aangetroffen vapes. Tot slot heeft de ondernemer erop gewezen dat de intrekking van de ontheffing voor hem grote financiële gevolgen heeft.
6.1
Het College wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Daarvoor is het volgende van belang.
6.2
Op grond van artikel 4, aanhef en onder d, van de Winkeltijdenverordening Heerlen 2019 kan het college van b en w een ontheffing intrekking of wijzigen indien de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen.
6.3
Onder 4 van de in de op 1 augustus 2024 aan de ondernemer verleende ontheffing opgenomen voorschriften is bepaald dat in de avondwinkel uitsluitend producten/goederen te koop worden aangeboden en verkocht worden die normaliter passen bij het assortiment van een avondwinkel/supermarkt. Vast staat dat vapes met smaken (anders dan tabakssmaak) zoals aangetroffen in de avondwinkel van de ondernemer per 1 januari 2024 verboden zijn op grond van de Tabaks- en rookwarenregeling. Vapes met tabakssmaak mogen sinds 1 juli 2024 alleen nog worden verkocht in tabaksspeciaalzaken. Vapes zijn dan ook geen producten die normaliter passen bij het assortiment van een avondwinkel/supermarkt.
6.5
Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter was college van b en w dan ook bevoegd om de ontheffing in te trekken op grond van artikel 4, aanhef en onder d, van de Winkeltijdenverordening Heerlen 2019 in samenhang met voorschrift 4 van de ontheffing.
6.6
Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter mocht het college van b en w ook van die bevoegdheid gebruikmaken. Volgens het college van b en w is van gedogen van de verkoop van vapes in supermarkten en avondwinkels geen sprake. De ondernemer heeft zijn standpunt ook niet onderbouwd. Verder is de intrekking van de ontheffing een geschikt en noodzakelijk middel in reactie op de overtreding van voorschrift 4 bij de ontheffing. Dat voorschrift is bedoeld om de verkoop van producten, die niet behoren tot het reguliere aanbod in een avondwinkel, te voorkomen. Een herstelsanctie zoals de intrekking van de ontheffing geeft het signaal af dat in avondwinkels in de gemeente Heerlen geen vapes verkocht mogen worden, of andere producten, die niet bij het reguliere aanbod van een supermarkt horen. Die bevoegdheid en dat belang staan los van het belang dat de NVWA dient met het opleggen van bestuurlijke boetes voor overtreding van de tabaks- en rookwarenwetgeving ter bescherming van de volksgezondheid. Dat de ondernemer schade lijdt als gevolg van de intrekking van de ontheffing maakt het besluit niet zo onevenwichtig dat het college van b en w daarvan af had moeten zien. Weliswaar leidt zo’n besluit tot financiële gevolgen voor een avondwinkel, maar niet is gebleken dat de ondernemer die financiële gevolgen niet kan dragen. De avondwinkel kan bovendien nog altijd omzet behalen binnen de reguliere openingstijden van 14.00 uur tot 22.00 uur en de ondernemer kan de openingstijden zo nodig naar de ochtend verruimen om een deel van het omzetverlies door de intrekking van de ontheffing op te vangen. Op de zitting is besproken dat de ondernemer op termijn een nieuwe ontheffing kan aanvragen.
6.7
Gezien de hiervoor besproken bevoegdheid behoeven de in het intrekkingsbesluit ook genoemde bevoegdheden van artikel 4, aanhef en onder b en c, van de Winkeltijdenverordening Heerlen 2019 in deze procedure geen bespreking en de daartegen door de ondernemer aangevoerde bezwaren ook niet. Dat geldt ook voor de vraag of de afspraken die gemaakt zijn nadat de sluiting van de winkel van de ondernemer van de baan was in de besluitvorming over de vapes hadden moeten worden betrokken. Die afspraken zijn gemaakt in het kader van de naleving van de Alcoholwet om een sluiting van de avondwinkel te voorkomen en dat staat los van deze procedure over de intrekking van de ontheffing.
7 De voorzieningenrechter concludeert dat de intrekking van de ontheffing bij de te nemen beslissing op bezwaar in stand kan blijven. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. M. Ettema, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025.
w.g. B. Bastein w.g. M. Ettema

Bijlage

Winkeltijdenwet
Artikel 2, eerste lid,
1. Het is verboden een winkel voor het publiek geopend te hebben:
a. op zondag;
b. op Nieuwjaarsdag, op Goede Vrijdag na 19 uur, op tweede Paasdag, op Hemelvaartsdag, op tweede Pinksterdag, op 24 december na 19 uur, op eerste en tweede Kerstdag en op 4 mei na 19 uur;
c. op werkdagen voor 6 uur en na 22 uur.
Artikel 3
1. De gemeenteraad kan bij verordening vrijstelling verlenen van de in artikel 2 vervatte verboden.
2. De gemeenteraad kan bij verordening aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid verlenen om in de gevallen, in de verordening aan te wijzen, en met inachtneming van de daarin gestelde regels op daartoe strekkend verzoek ontheffing van de in het eerste lid bedoelde verboden te verlenen.
3. De vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen worden verleend. Aan de vrijstellingen en ontheffingen kunnen voorschriften worden verbonden.
Verordening van de gemeenteraad van Heerlen houdende bepalingen met betrekking tot winkeltijden (Winkeltijdenverordening 2019)
Artikel 4. Intrekken of wijzigen van de ontheffing, aanhef en onder d
Het college kan een ontheffing intrekken of wijzigen indien:
d. de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
Artikel 6. Openstelling op werkdagen tussen 22.00 en 06.00 uur (avond- en nachtwinkels)
1. Het college kan op aanvraag ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder c, van de wet.
2. De ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd indien de woonsituatie of de leefsituatie, de veiligheid of de openbare orde in de omgeving van de winkel op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de openstelling van de winkel.
3. Aan de ontheffing kunnen voorwaarden en beperkingen worden verbonden.