ECLI:NL:CBB:2025:614

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
29 oktober 2025
Publicatiedatum
17 november 2025
Zaaknummer
24/724
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Handelsregisterwet 2007
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging wijziging adresgegevens eenmanszaak in handelsregister door KvK

De Kamer van Koophandel heeft op 28 december 2023 ambtshalve het bezoek- en postadres van een eenmanszaak gewijzigd in het handelsregister, omdat het eerder opgegeven adres geen officieel BAG-geregistreerd adres betrof en er geen toestemming was van de rechthebbende op dat adres.

De onderneming maakte bezwaar tegen deze wijziging, stellende dat het besluit prematuur was genomen zonder voorafgaande melding. De Kamer van Koophandel handhaafde het besluit op 10 juli 2024 en de onderneming stelde beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Na onderzoek en een zitting op 29 oktober 2025 oordeelde het College dat de Kamer van Koophandel het besluit zorgvuldig en op goede gronden had genomen. Het opgegeven adres betrof een losse container op het erf van een derde partij zonder toestemming voor inschrijving. Het beroep werd ongegrond verklaard en de adreswijziging bleef gehandhaafd.

Uitkomst: Het beroep van de eenmanszaak tegen de ambtshalve adreswijziging in het handelsregister is ongegrond verklaard.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 24/724
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 oktober 2025 in de zaak tussen

[naam 1] (eenmanszaak), te [woonplaats 1] , (onderneming)

(gemachtigde: G. Veldhuisen)
en

de Kamer van Koophandel (verweerster)

(gemachtigde: mr. J.M. Veldman)
met als derde partij
[naam 2] , te [woonplaats 2]

Procesverloop

Op 28 december 2023 heeft verweerster ambtshalve het bezoek- en postadres van de onderneming gewijzigd in het handelsregister (primair besluit).
Met het besluit van 10 juli 2024 (bestreden besluit) heeft verweerster het bezwaar van de onderneming ongegrond verklaard en de inschrijving in stand gelaten.
De onderneming heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
[naam 2] heeft als derde-partij deelgenomen.
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 29 oktober 2025. Aan de zitting hebben deelgenomen: de gemachtigden van de onderneming en van verweerster, en namens de derde partij [naam 3] en [naam 5]
Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft het College onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Het College geeft hiervoor de volgende motivering.
2 De onderneming stond ingeschreven op het adres [adres] , Unit [nummer] , te [woonplaats 2] . Naar aanleiding van een melding van [naam 5] namens de erfpachter (derde-partij) van het adres aan de [adres] te [woonplaats 2] heeft verweerster ambtshalve het postadres en bezoekadres van de onderneming gewijzigd naar het privé-adres van de eigenaar van de onderneming (te [woonplaats 3] ). Bij het bestreden besluit is dit besluit gehandhaafd.
3 De onderneming voert aan dat het besluit prematuur is genomen, zonder enige melding vooraf. Pas in de bezwaarfase heeft verweerster informatie verstrekt die het besluit zou kunnen ondersteunen. Verweerster stelt zich op het standpunt dat zij moet zorgen voor een zorgvuldig beheer van het handelsregister, ten behoeve van de juiste informatieverstrekking aan derden te goede trouw. Naar aanleiding van de melding namens de derde-partij, en ook in de bezwaarfase, heeft verweerster onderzoek gedaan. Hieruit is gebleken dat het opgegeven bezoek- en postadres van de onderneming niet juist was en daarom moest worden aangepast.
4 Het College oordeelt dat verweerster het bestreden besluit op goede gronden en op zorgvuldige wijze heeft genomen. Uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) blijkt dat het adres [adres] , Unit [nummer] , geen officieel als zodanig toegekend adres is. Niet in geschil is dat Unit [nummer] een losse container is die op het erf van [naam 2] staat. Ook is niet in geschil dat er ten tijde van het bestreden besluit geen toestemming van [naam 2] was tot inschrijving van de onderneming op dit adres. Het College heeft vastgesteld dat de onderneming hier niets tegenover heeft gesteld. Het beroep slaagt dus niet.
5 De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. de Kruif, in aanwezigheid van S.C. Lenders, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2025.
w.g. C. de Kruif w.g. S.C. Lenders