De minister van Landbouw heeft op 1 oktober 2025 een verklaring van niet voldoen aan GMP afgegeven en de GMP-certificaten van een fabrikant van diergeneesmiddelen ingetrokken na een inspectie waarbij één kritische en meerdere belangrijke tekortkomingen werden vastgesteld.
De fabrikant maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat de weigering van een GMP-certificaat als een besluit moet worden aangemerkt, maar dat niet is gebleken dat de minister heeft onderzocht of na een vervolginspectie alsnog een bevredigend resultaat kan worden bereikt.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het belang van de fabrikant bij het hervatten van de productie en export zwaarder weegt dan het belang bij onmiddellijke weigering. Daarom werd het besluit geschorst en de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.