ECLI:NL:CBB:2025:581
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Beslissing RC
- Rechtspraak.nl
Beslissing rechter-commissaris over beperking kennisneming persoonsgegevens in bestuursrechtelijke procedure
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft [naam 1] beroep ingesteld tegen een ministerieel besluit waarbij haar bezwaar tegen het onder officieel toezicht afzondren van haar hond ongegrond werd verklaard. De minister had een vertrouwelijk stuk ingediend en verzocht om beperking van kennisneming op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechter-commissaris, mr. H.S.J. Albers, heeft de belangen afgewogen tussen het recht op toegang tot relevante processtukken en de bescherming van persoonlijke levenssfeer. Geconstateerd werd dat de persoonsgegevens in het vertrouwelijke stuk al uit het procesdossier bekend waren of eenvoudig te herleiden, zoals naam, geboortedatum, woonadres en nationaliteit.
Zonder nadere motivering achtte de rechter-commissaris de gevraagde beperking niet gerechtvaardigd, omdat het bekend raken van deze gegevens geen onevenredig nadeel voor de betrokken verkoper van de hond oplevert. De minister werd verzocht binnen twee weken een nieuwe versie van het stuk aan het College en de gemachtigde van [naam 1] te verstrekken.
De beslissing benadrukt het uitgangspunt dat procespartijen toegang moeten hebben tot alle relevante stukken, tenzij zwaarwegende belangen van privacy dit recht kunnen beperken, hetgeen hier niet het geval bleek te zijn.
Uitkomst: De rechter-commissaris oordeelt dat de beperking van kennisneming van persoonsgegevens niet gerechtvaardigd is en beveelt openbaarmaking.