Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
Rechter: mr. B. Bastein
Partijen
[naam 2], te [plaats] , (de ondernemer)
College van Beroep voor het bedrijfsleven
De ondernemer, handelend onder een handelsnaam te een plaats, heeft bezwaar gemaakt tegen de hoogte van een door de minister van Economische Zaken opgelegde dwangsom in het kader van de regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19. De minister had te laat op het bezwaar beslist en daarom een dwangsom van €299,- aan de ondernemer betaald.
De ondernemer was het niet eens met de hoogte van deze dwangsom en stelde beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Het College heeft de berekening van de minister getoetst en geoordeeld dat deze op juiste wijze heeft plaatsgevonden.
Daarom verklaart het College het beroep ongegrond en bevestigt het de hoogte van de dwangsom. De mondelinge uitspraak vond plaats op 5 november 2024, waarbij de enkelvoudige kamer het beroep verwierp.
Uitkomst: Het beroep van de ondernemer tegen de hoogte van de dwangsom is ongegrond verklaard.