ECLI:NL:CBB:2024:89
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College van Beroep wijst beroep af tegen nihilvaststelling TVL-subsidie Q1 2021 wegens onvoldoende omzetverlies
De onderneming, een marketing- en evenementenbureau, had bezwaar gemaakt tegen de beslissing van de minister van Economische Zaken en Klimaat om de TVL-subsidie over het eerste kwartaal van 2021 op nihil vast te stellen en het betaalde voorschot terug te vorderen. De onderneming stelde dat het eerste kwartaal van 2019 als referentieperiode niet representatief was vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder de langdurige arbeidsongeschiktheid van de directeur en groot-aandeelhouder door een verkeersongeval.
De minister handhaafde het besluit en stelde dat de TVL-regeling geen ruimte biedt voor afwijking van de referentieperiode en dat de omzetdaling onvoldoende was om recht te geven op subsidie. Het College overwoog dat de regeling bewust geen hardheidsclausule bevat en dat de omzetdip in Q1 2019 niet uitzonderlijk was gezien eerdere jaren. Ook was niet aannemelijk dat de bijzondere omstandigheden van de directeur het omzetverlies in de referentieperiode oorzakelijk beïnvloedden.
Het College concludeerde dat de minister terecht de omzet van Q1 2021 afzette tegen die van Q1 2019 en dat het vereiste van minimaal 30% omzetverlies niet was gehaald. Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de nihilvaststelling van de TVL-subsidie Q1 2021 wordt ongegrond verklaard.