ECLI:NL:CBB:2024:887
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugvordering subsidie vaste lasten financiering COVID-19 ongegrond verklaard
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Economische Zaken waarin de subsidie voor het tweede en derde kwartaal van 2021 op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) werd vastgesteld en een te veel betaalde voorschot werd teruggevorderd.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft de beroepen zonder zitting behandeld omdat voldoende informatie aanwezig was. De kern van het geschil betreft de vraag of de vastgestelde subsidie staatssteun vormt in de zin van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en of het gelijkheidsbeginsel is geschonden door een ongemotiveerd onderscheid tussen MKB-sectoren.
Het College verwijst naar een eerdere uitspraak van 15 augustus 2023 waarin reeds is geoordeeld dat de subsidie staatssteun is. De onderneming heeft geen aanvullende beroepsgronden ingediend na die uitspraak. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt eveneens verworpen.
De beroepen worden derhalve ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is op 3 december 2024 gedaan door het College van Beroep voor het bedrijfsleven, enkelvoudige kamer.
Uitkomst: De beroepen tegen de vaststelling en terugvordering van TVL-subsidie worden ongegrond verklaard.