ECLI:NL:CBB:2024:863

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
3 december 2024
Publicatiedatum
28 november 2024
Zaaknummer
24/225
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbRegeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing herzieningsverzoek subsidie vaste lasten financiering COVID-19 wegens ontbreken nieuwe feiten

De ondernemer heeft bij de minister van Economische Zaken een herzieningsverzoek ingediend naar aanleiding van een vaststellingsbesluit waarin de subsidie voor de TVL over januari tot en met maart 2021 op nul is vastgesteld. De minister wees het verzoek af omdat er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. De ondernemer stelde dat de bij het herzieningsverzoek ingediende omzetgegevens wel degelijk nieuwe feiten vormden en dat hij daarmee recht had op subsidie.

Het College oordeelt dat omzetgegevens geen nieuwe feiten zijn, omdat deze binnen de bezwaarprocedure tegen het vaststellingsbesluit hadden moeten worden ingebracht. De ondernemer had het vaststellingsverzoek niet tijdig ingediend, waardoor de subsidie ambtshalve op nul werd vastgesteld. Het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard en er is geen beroep ingesteld tegen die beslissing.

Gezien deze omstandigheden mocht de minister het herzieningsverzoek afwijzen. Het beroep van de ondernemer is daarom kennelijk ongegrond verklaard. Het College besloot dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden en sprak de uitspraak zonder zitting uit.

Uitkomst: Het beroep van de ondernemer wordt ongegrond verklaard en het herzieningsverzoek afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 24/225
uitspraak zonder zitting van de enkelvoudige kamer van 3 december 2024 in de zaak tussen
[naam 1],
handelend onder de naam [naam 2], te [plaats] (ondernemer)
(gemachtigde: mr. J.P. Sanchez Montoto)
en

de minister van Economische Zaken

Procesverloop

Met het besluit van 8 augustus 2023 heeft de minister het herzieningsverzoek van de ondernemer van 14 juli 2023 afgewezen. De ondernemer heeft herziening gevraagd van de beslissing op bezwaar van 16 maart 2023, waarin het bezwaar tegen een besluit van 6 augustus 2022 (vaststellingsbesluit) niet-ontvankelijk is verklaard. Met het vaststellingsbesluit is de subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor de periode van januari tot en met maart 2021 vastgesteld op € 0,-.
Met het besluit van 15 januari 2024 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van de ondernemer ongegrond verklaard.
De ondernemer heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Beoordeling

1. Het College doet uitspraak zonder zitting, omdat het na lezing van het beroepschrift en de andere stukken in het dossier over voldoende informatie beschikt om tot een oordeel te komen. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat een zitting in dat geval niet nodig is.
2. De minister heeft het herzieningsverzoek afgewezen, omdat geen sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. Het College zal, aan de hand van wat de ondernemer daarover aanvoert, onderzoeken of de minister zich terecht op dat standpunt heeft gesteld.
3. De ondernemer voert aan dat de minister er ten onrechte van uitgaat dat geen sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden. Bij het herzieningsverzoek zijn immers omzetgegevens aangeleverd. Er was alle reden om wel inhoudelijk naar het verzoek van de ondernemer te kijken, omdat hij op grond van zijn omzet voldoet aan de voorwaarden in de TVL om in aanmerking te komen voor subsidie. Het belang van de ondernemer dient zwaarder te wegen dan het belang van de minister.
4 Het standpunt van de minister dat de ondernemer aan zijn verzoek geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden ten grondslag heeft gelegd, is juist. Op grond van de TVL is iedere onderneming gehouden om binnen de daarvoor gestelde termijn een verzoek om vaststelling in te dienen en daarbij omzetgegevens over te leggen. Dat heeft de ondernemer niet gedaan. Van feiten en/of omstandigheden waaruit blijkt dat de ondernemer niet binnen de daarvoor gestelde termijnen een vaststellingsverzoek kon indienen is niet gebleken. De bij het herzieningsverzoek overgelegde omzetgegevens, had de ondernemer kunnen en moeten overleggen in een bezwaarprocedure tegen het vaststellingsbesluit. Om die reden zijn die omzetgegevens geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.
5 Als geen sprake is van nieuw gebleken feiten en/of veranderde omstandigheden, zal de bestuursrechter meestal tot het oordeel komen dat het bestuursorgaan het verzoek om herziening mocht afwijzen. Dat is alleen anders als het besluit om niet terug te komen van dat eerdere besluit evident onredelijk is. Daarvan is niet gebleken. De subsidie is (ambtshalve) vastgesteld op € 0,-, omdat de ondernemer geen vaststellingsverzoek heeft ingediend. De ondernemer heeft op 30 januari 2023, ruim na het verstrijken van de bezwaartermijn van zes weken, bezwaar tegen het vaststellingsbesluit gemaakt. De minister heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en de ondernemer heeft daartegen geen beroep ingesteld. Gelet op deze omstandigheden mocht de minister het herzieningsverzoek van de ondernemer afwijzen onder verwijzing naar het vaststellingsbesluit.
6 Het beroep is (kennelijk) ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. L.N. Foppen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 december 2024.
w.g. B. Bastein w.g. L.N. Foppen
Afschrift verzonden aan partijen op:

Wat u kunt doen als u het niet eens bent met deze uitspraak

Tegen deze uitspraak kunt u in verzet gaan bij het College. U doet dit door in een brief (het verzetschrift) toe te lichten waarom u het niet eens bent met de uitspraak. Zorg ervoor dat het College uw verzetschrift op tijd ontvangt, namelijk binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In uw verzetschrift kunt u het College vragen om mondeling te mogen toelichten waarom u het niet eens bent met de uitspraak.