Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Rechter: mr. B. Bastein
Partijen
de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. T. Khidous en
Beslissing
Overwegingen
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2024.
College van Beroep voor het bedrijfsleven
De onderneming diende een aanvraag in voor de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2022, maar deze aanvraag was te laat. Volgens de regeling moet een te late aanvraag worden afgewezen. De ondernemer stelde dat hij door zware hoofdpijn en duizeligheid, veroorzaakt door medicijnen die hij al 18 jaar gebruikt, niet tijdig kon aanvragen.
Het College oordeelde dat deze klachten geen ernstige persoonlijke omstandigheden vormen die het afwijzen van de aanvraag onevenredig maken. De ondernemer had eerder last van dezelfde klachten en had maatregelen moeten treffen, zoals vervanging, om tijdig te kunnen aanvragen. Er waren geen andere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en bleef de afwijzing van de aanvraag in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de te late subsidieaanvraag wordt terecht afgewezen.