Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Rechter: mr. B. Bastein
Partijen
Beslissing
Overwegingen
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2024.
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven behandelde het beroep van een onderneming tegen de beslissing van de minister van Economische Zaken omtrent de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2021.
De minister had de subsidie vastgesteld op nul euro omdat er geen omzetverlies van ten minste 30% was vastgesteld. De berekening van het omzetverlies was gebaseerd op de omzetgegevens zoals aangeleverd door de Belastingdienst via de ingediende aangifte omzetbelasting.
Het College oordeelde dat het de verantwoordelijkheid van de ondernemer is om de omzetbelastingaangifte correct in te vullen en te controleren. Indien fouten worden geconstateerd, kan de ondernemer suppletieaangiften indienen. In deze zaak was niet gebleken dat de ondernemer een dergelijke suppletieaangifte voor het eerste kwartaal van 2021 had ingediend.
Daarom verklaarde het College het beroep ongegrond en bevestigde de beslissing van de minister. De uitspraak werd mondeling gedaan op 8 oktober 2024 door rechter B. Bastein in aanwezigheid van griffier C.D.V. Efstratiades.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidie wordt niet toegekend wegens onvoldoende omzetverlies.