ECLI:NL:CBB:2024:609
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 afgewezen
De ondernemer maakte bezwaar tegen de vaststelling van de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) omdat de minister de omzet van het derde kwartaal 2020 als referentieperiode had gehanteerd, terwijl de ondernemer meende dat het vierde kwartaal 2019 als referentieperiode gebruikt had moeten worden.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dat de regeling TVL geen mogelijkheid biedt om af te wijken van de in de regeling genoemde referentieperiode. Daarnaast is er geen hardheidsclausule opgenomen die afwijking in bijzondere omstandigheden toestaat.
De minister kan slechts in zeer uitzonderlijke gevallen afwijken van de regeling, maar in deze zaak was geen sprake van bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen. Daarom werd het beroep van de ondernemer ongegrond verklaard en bleef de vaststelling van de subsidie ongewijzigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 wordt ongegrond verklaard.