ECLI:NL:CBB:2024:545
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen uitspraak inzake proceskostenvergoeding bij subsidie vaste lasten COVID-19 afgewezen
De onderneming heeft verzet aangetekend tegen een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin zij werd veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.674,- in verband met een ingetrokken beroep tegen een besluit op bezwaar van de minister van Economische Zaken.
De onderneming voerde aan dat de minister onzorgvuldig had gehandeld bij de behandeling van het bezwaar en dat artikel 7:15, derde lid, eerste volzin, Awb onterecht werd toegepast, omdat dit artikel het recht op een eerlijk proces zou schenden. Ook stelde zij dat de minister ten onrechte niet werd veroordeeld in de kosten voor het verkrijgen van een samenstellingsverklaring.
Het College oordeelde dat de behandeling van het bezwaar niet onzorgvuldig was, mede gezien de communicatie via e-mail en telefonische hoorzitting tijdens de coronapandemie. Er was geen bewijs dat de minister moedwillig een onjuist besluit had genomen. Daarnaast werd bevestigd dat de samenstellingsverklaring op grond van de regelgeving door de onderneming zelf had moeten worden verstrekt.
Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten van het verzet te vergoeden.
Uitkomst: Het verzet van de onderneming wordt ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.