ECLI:NL:CBB:2024:276

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
16 april 2024
Publicatiedatum
12 april 2024
Zaaknummer
23/1517
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard

De onderneming heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald.

Het verzet is behandeld zonder dat partijen aan de zitting deelnamen. Het College heeft vastgesteld dat de onderneming geen nieuwe gronden heeft aangevoerd die de eerdere uitspraak onjuist zouden maken.

Daarom is het verzet ongegrond verklaard, wat betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld en de procedure is afgesloten. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het beroep blijft niet-ontvankelijk wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 23/1517

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 april 2024 op het verzet van

[naam] B.V., te [woonplaats] (de onderneming)

Procesverloop

De onderneming heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 21 november 2023.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 28 februari 2024. Partijen hebben niet aan de zitting deelgenomen.

Overwegingen

1. Met de uitspraak van 21 november 2023 heeft het College het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat binnen de daarvoor gestelde termijn het griffierecht niet is betaald.
2 Het College stelt vast dat de onderneming in verzet niets heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de uitspraak van 21 november 2023 onjuist is. Het verzet zal daarom ongegrond worden verklaard. Dit betekent dat het beroep van de onderneming niet inhoudelijk wordt behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
3 De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van D.A. Bohlmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 april 2024.
w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer