ECLI:NL:CBB:2024:235
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Minister bevoegd tot opleggen last onder bestuursdwang wegens onvoldoende zorg kat
Verzoekster is houder van een kat die buiten leeft en onvoldoende verzorging ontvangt. Bij een inspectie op 23 februari 2024 constateerde de inspecteur ernstige gebitsproblemen en mogelijke artrose bij de kat, evenals een verdikte en verkleefde vacht. De minister legde daarom op 28 februari 2024 een last onder bestuursdwang op.
Verzoekster betwistte de bevindingen niet concreet en gaf aan dat de kat ogenschijnlijk gezond leek, maar dit werd door de voorzieningenrechter niet als voldoende weerlegging gezien. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster in strijd handelde met de Wet dieren en het Besluit houders van dieren door de kat niet adequaat te verzorgen.
De minister werd geacht bevoegd te zijn en de last onder bestuursdwang terecht te hebben opgelegd. Het verzoek om schorsing van deze last werd afgewezen. De voorzieningenrechter vond het niet aannemelijk dat de kat niet gevangen kan worden voor veterinaire controle en benadrukte het belang van het voorkomen van onnodig dierenleed.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de last onder bestuursdwang blijft van kracht.