ECLI:NL:CBB:2024:203
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep subsidie vaste lasten COVID-19 ongegrond verklaard
De ondernemer heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 22 november 2022, waarin zijn beroep tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 9 december 2021 niet-ontvankelijk werd verklaard wegens gebrek aan procesbelang. Dit omdat de minister de subsidie voor het eerste kwartaal van 2021 alsnog heeft toegekend met een besluit van 11 augustus 2022.
De ondernemer stelde dat zijn beroep ook betrekking had op subsidies voor het vierde kwartaal van 2020 en het tweede kwartaal van 2021, waardoor hij nog wel procesbelang zou hebben. Het College oordeelde echter dat het bezwaarschrift en de daaropvolgende besluiten zich uitsluitend richten op het eerste kwartaal van 2021. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en werd de minister niet verplicht proceskosten te vergoeden.
Daarnaast bleek dat de ondernemer meerdere verzoeken tot heroverweging had ingediend voor de afwijzende besluiten over het vierde kwartaal van 2020 en het tweede kwartaal van 2021, waarop de minister nog niet had beslist. Het College overweegt dat vanwege de onduidelijkheid en verwarring die mede door de minister is veroorzaakt, de minister niet mag weigeren deze verzoeken te behandelen op grond van het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro. De minister moet deze aanvragen inhoudelijk opnieuw beoordelen.
Het College verklaart het verzet ongegrond en benadrukt dat de minister alsnog moet beslissen op de heroverwegingsverzoeken. De uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons op 19 maart 2024.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard, maar de minister moet alsnog inhoudelijk beslissen op de verzoeken tot heroverweging van afwijzende subsidiebesluiten.