ECLI:NL:CBB:2024:131
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende onderbouwing omzetcorrectie leidt tot vaststelling subsidie op nihil
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat waarbij de subsidie voor de periode juni tot en met september 2020 op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (TVL) is vastgesteld op nihil. De minister had het bezwaar ongegrond verklaard en de subsidie gewijzigd vastgesteld op € 0,- omdat het omzetverlies minder was dan het vereiste minimum van 30%.
De onderneming stelde dat door een fout in de financiële administratie omzet van het vierde kwartaal van 2020 ten onrechte was toegerekend aan het derde kwartaal, wat zou betekenen dat het omzetverlies in de subsidieperiode groter was dan vastgesteld. De administrateur diende financiële stukken in, waaronder een winst- en verliesrekening met handmatige correcties, maar kon deze correctie niet voldoende onderbouwen met concrete financiële documenten.
De minister heeft de aangeleverde stukken beoordeeld en geconcludeerd dat de correctie onvoldoende was onderbouwd. Ook na aanvullende informatieverzoeken bleef de onderbouwing gebrekkig, omdat de stukken niet aantonen dat de omzet van € 64.775,92 aan het vierde kwartaal moet worden toegeschreven.
Het College oordeelt dat de onderneming niet is geslaagd in haar bewijslevering en dat de minister daarom terecht is uitgegaan van de omzet uit de financiële administratie. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de onderneming onvoldoende heeft onderbouwd dat omzet in het verkeerde kwartaal is geboekt.