ECLI:NL:CBB:2023:674

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
5 december 2023
Publicatiedatum
29 november 2023
Zaaknummer
23/131
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep subsidie vaste lasten COVID-19

De onderneming heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 2 november 2022 inzake subsidie vaste lasten financiering COVID-19. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaarde het beroep bij uitspraak van 13 juni 2023 niet-ontvankelijk wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.

In het verzet is vastgesteld dat de onderneming niet in verzuim is geweest met betrekking tot de betaling van het griffierecht. Daarom verklaart het College het verzet gegrond, waardoor de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt. Het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van de niet-ontvankelijkverklaring.

Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet. De uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2023.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 23/131

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 december 2023 op het verzet van

[naam] B.V., te [plaats] (de onderneming)

Procesverloop

De onderneming heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 2 november 2022.
Bij uitspraak van 13 juni 2023 heeft het College het beroep met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, niet-ontvankelijk verklaard.

Overwegingen

Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat binnen de daarvoor gestelde termijn het griffierecht niet is betaald.
In verzet is gebleken dat de onderneming niet in verzuim is geweest. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard.
Omdat het verzet gegrond wordt verklaard vervalt de uitspraak van 13 juni 2023 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van E.A, van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 december 2023.
w.g. T.G.M. Simons w.g. E.A. van der Meel