ECLI:NL:CBB:2023:619

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
7 november 2023
Publicatiedatum
6 november 2023
Zaaknummer
22/1330
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:88 AwbArt. 8:89 AwbArt. 6:162 BW
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen onbevoegdverklaring schadevergoedingsverzoek op grond van Awb afgewezen

De ondernemer diende een verzoek in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven tot vergoeding van schade als gevolg van een onrechtmatig besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het College verklaarde zich eerder onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen omdat de gevorderde schadevergoeding hoger was dan € 25.000, terwijl de ondernemer niet had gekozen voor matiging of splitsing van zijn vordering.

De ondernemer maakte hiertegen verzet, maar het College lichtte toe dat volgens artikel 8:89 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij een schadeclaim boven € 25.000 de belanghebbende moet kiezen tussen matiging van de vordering tot € 25.000, of het aanhangig maken van het meerdere bij de burgerlijke rechter, al dan niet gesplitst. Omdat de ondernemer dit niet had gedaan, was het College onbevoegd.

Het College verklaarde het verzet ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak van 15 augustus 2023. Tevens wees het College erop dat de ondernemer nog steeds de mogelijkheid heeft om zijn vordering te splitsen of geheel aan de burgerlijke rechter voor te leggen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het verzet van de ondernemer tegen de onbevoegdverklaring van zijn schadevergoedingsverzoek wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 22/1330

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 november 2023 op het verzet van

[naam] , te [plaats] (de ondernemer)

(gemachtigde: J.A. Brok)

Procesverloop

De ondernemer heeft, op de grondslag van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), bij het College een verzoek ingediend om veroordeling van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit tot vergoeding van schade als gevolg van een onrechtmatig besluit van de minister.
Met de uitspraak van 15 augustus 2023 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb, dus zonder zitting, zich onbevoegd verklaard om van het verzoek van de ondernemer kennis te nemen.
Tegen de uitspraak van 15 augustus 2023 heeft de ondernemer verzet gedaan.

Overwegingen

1. De ondernemer vordert een bedrag van € 161.382,68 aan schadevergoeding. Het College heeft de ondernemer, na de ontvangst van het verzoek, gewezen op artikel 8:89, tweede lid, van de Awb. Naar aanleiding daarvan heeft de ondernemer laten weten het verzoek niet te willen matigen tot € 25.000,-. Daarop is de uitspraak van 15 augustus 2023 gevolgd.
2 Het College maakt uit het verzetschrift op dat (de gemachtigde van) de ondernemer niet begrijpt hoe het in artikel 8:89, tweede, derde en vierde lid, van de Awb neergelegde stelsel in elkaar zit. Het College licht dit daarom in deze uitspraak nog een keer toe. Bij een beweerde schade van meer dan € 25.000,- moet de belanghebbende kiezen uit de volgende mogelijkheden. Hij kan de vordering in haar geheel matigen tot € 25.000,- en dus afzien van het meerdere. In dat geval is het College bevoegd. Als hij de vordering niet wil matigen kan hij òf de gehele vordering, op de grondslag van artikel 6:162 van Pro het Burgerlijk Wetboek, aanhangig maken bij de burgerlijke rechter òf de vordering splitsen en deze tot een bedrag van € 25.000,- (eerst) aanhangig maken bij het College en (daarna) voor het meerdere bij de burgerlijke rechter.
3 Dit betekent dat de uitspraak van 15 augustus 2023 juist is. Het verzet is daarom ongegrond. Het College merkt voor de duidelijkheid nog wel op dat de ondernemer, ook na deze uitspraak, nog steeds een van de onder 2 beschreven keuzen kan maken.
4 De minister hoeft geen proceskosten van het verzet te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van mr. S. van Noordt, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 november 2023.
w.g. T.G.M. Simons w.g. S. van Noordt