ECLI:NL:CBB:2023:568
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten financiering COVID-19 wegens te late indiening
De onderneming diende een aanvraag in voor de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het tweede kwartaal van 2021. De minister wees deze aanvraag af omdat deze buiten de gestelde aanvraagperiode was ingediend. De onderneming stelde dat zij de aanvraag tijdig had ingediend op 25 juni 2021, maar kon dit niet overtuigend aantonen.
De minister wees erop dat de aanvraag pas op 7 september 2021 via een webformulier was ontvangen, wat buiten de termijn viel. Het College concludeerde dat de onderneming onvoldoende bewijs leverde dat de aanvraag daadwerkelijk tijdig was ingediend, mede omdat geen bevestigingsmail kon worden overlegd. Ook was er geen technische storing die de ontvangst van de aanvraag kon verhinderen.
Het College overwoog dat de regeling een dwingende termijn bevat voor het indienen van aanvragen en dat afwijking hiervan niet mogelijk is volgens de toepasselijke wet- en regelgeving. De onderneming droeg zelf de verantwoordelijkheid voor tijdige indiening en het risico van te late indiening lag bij haar.
Daarom verklaarde het College het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de subsidieaanvraag. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De subsidieaanvraag voor het tweede kwartaal van 2021 is terecht afgewezen wegens te late indiening buiten de aanvraagperiode.