ECLI:NL:CBB:2023:544
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten financiering COVID-19 wegens te late indiening
De onderneming had een aanvraag voor de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het tweede kwartaal van 2021 ingediend, maar deze werd door de minister afgewezen omdat de aanvraag niet tijdig was ontvangen. De onderneming stelde dat zij de aanvraag op 29 juni 2021 had ingediend, maar dat een technische storing ervoor zorgde dat de aanvraag niet bij de minister was aangekomen. Deze stelling werd niet onderbouwd en de minister kon geen storing aantonen.
De onderneming had geen ontvangstbevestiging ontvangen en had daardoor de mogelijkheid moeten benutten om tijdig contact op te nemen met de minister, wat zij pas op 12 november 2021 deed, ruim na de deadline van 20 augustus 2021. Het College oordeelde dat de termijnoverschrijding voor rekening en risico van de onderneming blijft en dat het afwijzen van de aanvraag niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De minister hoefde geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt dat de dwingende afwijzingsgrond voor te late indiening binnen de TVL-regeling strikt wordt toegepast en dat technische problemen niet zonder bewijs worden aangenomen.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming wordt ongegrond verklaard en de subsidieaanvraag wordt terecht afgewezen wegens te late indiening.