Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
[naam 1] (betrokkene), te [woonplaats] ,
mr. P.J. Peters(de curatoren), beiden kantoorhoudende te Rotterdam, in hun hoedanigheid van curatoren in de faillissementen van
Procesverloop in hoger beroep
15 januari 2021, met nummers 19/1108 en 19/1109 Wtra AK (www.tuchtrecht.nl, ECLI:NL:TACAKN:2021:1). Zijn hoger beroep is geregistreerd onder zaaknummer 21/250.
Grondslag van het geschil
Uitspraak van de accountantskamer
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
enonvoldoende rekening heeft gehouden met het gegeven dat het snel vollopen van het bedrag van € 375 miljoen (dat in de financieringsafspraken met de kredietverstrekkers van Imtech als maximum van de te accepteren afboekingen was vastgelegd) ertoe kon leiden dat verstrekte leningen direct opeisbaar zouden worden. De accountantskamer heeft klachtonderdeel d gegrond verklaard. Betrokkene bestrijdt wat in 4.10.3 tot en met 4.10.5 van de bestreden uitspraak is overwogen en voert vijf gronden aan. De eerste grond is dat de accountantskamer het klachtonderdeel niet juist heeft weergegeven en buiten de door de curatoren geformuleerde klacht is getreden. Het College zal hier eerst op ingaan.
NVCOS 570.
NVCOS 320, dat het dicht naderen van de grens van € 375 miljoen betekende dat elke post van materieel belang werd vanwege de mogelijke gevolgen van een afboeking voor de financiering en de continuïteit van Imtech. De accountantskamer is dus niet buiten de klacht getreden. Met zijn betoog over de lokale materialiteit miskent betrokkene dat het verwijt niet ziet op de werkzaamheden die op dat niveau zijn uitgevoerd, maar op de werkzaamheden die hij als groepsopdrachtpartner heeft uitgevoerd. Vanwege voornoemd feit had het voor de hand gelegen de groepsmaterialiteit te verlagen. Uit het controledossier blijkt niet dat hij stil heeft gestaan bij de vraag of de uitvoeringsmaterialiteit voor de controle van de consolidatiesets van Imtech Duitsland en Imtech Polen verder moest worden verlaagd toen de afboekingen de grens zeer dicht begonnen te naderen. Van een professioneel-kritische accountant mag dat worden verwacht. Met wat hij achteraf aanvoert (en wat niet uit het controledossier blijkt) probeert betrokkene te verhullen dat hij dat destijds heeft nagelaten.
Evaluation of the additional errors does not result in uncorrected misstatements exceeding the materiality. Therefore comparative figures will not need to be adjusted.’
a. het waarschijnlijk is dat de opdrachtgever de aanpassing zal goedkeuren, alsmede het bedrag van de opbrengsten dat uit de wijziging zal voortkomen; en
b. het bedrag van de opbrengsten betrouwbaar kan worden gewaardeerd.
Indien aan deze voorwaarden voldaan is, is het onder IFRS verplicht om de opbrengsten uit hoofde van meerwerk als zodanig te verwerken in de jaarrekening.
600.42-44 beschreven werkzaamheden op groepsniveau door het groepsopdrachtteam worden uitgevoerd. Niet vereist is dat de opdrachtpartner de werkzaamheden zelf uitvoert, tenzij in de standaard de term ‘opdrachtpartner’ wordt gebruikt in plaats van ‘accountant’. Bij omvangrijke controles is het praktisch niet mogelijk dat de opdrachtpartner de werkzaamheden zelf uitvoert. Betrokkene had geen reden om de dossiers van [naam 15] zelf te beoordelen. Ze waren al diepgaand beoordeeld door op dit gebied zeer ervaren accountants. De accountant die de werkzaamheden van het team beoordeelde ( [naam 13] ) had toegang tot de controledossiers van [naam 15] en had, als partner verantwoordelijk voor de NVCOS 600 activiteiten van de divisie Duitsland & Oost-Europa, ook veelvuldig contact met [naam 15] en het management van Imtech Duitsland. Hij wist zodoende wat er tijdens de controle speelde. Betrokkene had met [naam 13] intensief contact over de controle van Imtech Duitsland. Uit het overleg met hem en [naam 15] bleek dat het meerwerk van het [naam 7] -project goed was onderbouwd. Dit werd bevestigd door het ‘File Review Memo Duitsland’.
31 december 2018 al was verstreken.
4 juni 2013 voor wat betreft de brongegevens waarop dit gebaseerd is een overzicht van stukken bevat en dat hierin tevens het volgende is vermeld:
*Note: The [naam 4] post-tax WACC for CGU Turkey is in USD terms
[naam 23] performed the following procedures:
- Review mathematical accuracy of the impairment models and methodology of the impairment test;
- Verify accuracy of WACC calculations;
- Verify accuracy of post-tax WACC calculation as disclosed in the financial statements;
- Perform sensitivity analysis on WACC and terminal growth rates;
- Perform sensitivity analysis on budgets (IBRs).
Based on the analysis and procedures performed the outcomes of the 2012 goodwill impairment test of Imtech is considered to be reasonable by [naam 23] .”
“ConclusionBased on the audit procedures performed and discussed in this memorandum we concur with the calculation as prepared by Imtech management. Outcomes of the impairment test are within the acceptable range. We consider the disclosure as in the 2012 financial statements to be appropriate.”
4.14.5. In noot 4 van de toelichting van de geconsolideerde jaarrekening is vermeld, dat indien de onzekerheden van materieel belang zich daadwerkelijk voordoen, ‘mitigating actions’ mogelijk zijn. Enkele ‘mitigating actions’ zijn in de toelichting op de jaarrekening genoemd.
“1 Summary actions
Divestment of the operations in the UK and Ireland and potentially others; Management believes that a process to sell this division can be started relatively quickly with limited to moderate execution risk. Total proceeds are estimated in the range €240m - €320m based on a EV/EBITDA multiple range of 6.0x - 8.0x and an average sustainable Operational EBITDA of €40m. Management calculated that all financing headrooms improve post-divestment;
Working capital improvement; Group management feels that there are quick wins to be achieved through better working capital management, including improving overdue debtor targets, negotiate more demanding payment terms from creditors and consider factoring. Potential impact is estimate at €100-150m; and
Creditor stretching; Management believes that as the current forecast does not consider overstretching and believe that a four week stretch is achievable at least for 1 or 2 subsequent quarters with an estimated impact of some €100m.
• Divestment of the operations in the UK and Ireland and potentially others; […]
• Working capital improvement; […]
• Creditor stretching; […]
[…]
• The disposal value of the division which arc identified by management to be potentially disposed;
• Timing of the disposal of this/ these divisions;
• Approval of lenders of disposals
• Level, timing and duration of creditor stretching;
• Additional NWC improvements, given lack of clear insights in current assumptions for NWC levels in the forecast (i.e. potentially already included to a certain extent).
if realised are sufficient[cursivering CBb] to address such adverse circumstances and remedy covenant breaches in this scenario. Furthermore, some of the options available to the Group are subject to approval of the financiers. These options include but are not limited to improvements in working capital management, renegotiating creditor terms and conditions, accessing the capital markets and disposal of assets, business units or even divisions.”
if realised are sufficient[cursivering CBb] to address such adverse circumstances and remedy covenant breaches in this scenario.”
• The disposal value of the division which are identified by management to be potentially disposed;
• Timing of the disposal of this/ these divisions;
• Level, timing and duration of creditor stretching.
• Additional NWC improvements.”
€ 150 miljoen aan financiering te verstrekken om te voorkomen dat Imtech Duitsland het faillissement zou moeten aanvragen. Dit verwijt is ten onrechte niet beoordeeld.
“Contingent assets and liabilitiesRoyal Imtech N.V. has issued a declaration of joint and several liability for the majority of its Dutch subsidiaries on the grounds of Article 403 Book 2 of the Netherlands Civil Code. In addition, Royal Imtech N.V. has provided separate guarantees as additional security on behalf of subsidiaries relating to the fulfilment of specifically defined contractual commitments to third parties. These parent company warranties relate to so-called advance payment warranties in the technical contracting sector and purely performance warranties. A large part of these warranties have been given for companies for which the aforementioned declaration of joint and several liability was issued and filed at the Commercial Registry Office. On the balance sheet date the liabilities of these subsidiaries amounted to 1,070 million euro (2011: 865 million euro). Royal Imtech N.V. is also jointly and severally liable for the debts of its subsidiaries by virtue of the credit, senior notes and guarantee facilities. Finally, as the parent company of the fiscal unities with regard to corporate income tax and value added tax Royal Imtech N.V. is severally liable for the tax liabilities of these fiscal unities.
Als het gaat om algemene garanties aan Imtech Duitsland zijn de curatoren van mening (blijkens § 12.68 van het klaagschrift) dat de afboekingen ten laste van Imtech Duitsland er niet alleen voor zorgden dat een ‘letter of comfort’ werd verstrekt (en dat dividenden (uiteindelijk) werden terugbetaald), maar ook dat het risico toenam dat Imtech door derden zou worden aangesproken op de ten behoeve van Imtech Duitsland verstrekte garanties. De afboekingen ten laste van Imtech Duitsland zijn volgens hen ten koste gegaan van het eigen vermogen van die entiteit en van het vermogen - mede door een grote hoeveelheid onzekerheden - om zelfstandig aan alle toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen. Het verwijt dat de curatoren maken, mist echter feitelijke grondslag. Tegen hun stelling dat het bedrag van de door Imtech ten behoeve van Imtech Duitsland verstrekte ‘parent company guarantees’ in de enkelvoudige jaarrekening 2012 had moeten worden toegelicht, heeft betrokkene aangevoerd dat er op 31 december 2012 geen ‘parent company guarantees’ waren die Imtech ten behoeve van Imtech Duitsland heeft afgegeven. De curatoren hebben dit niet weersproken.
Beslissing
mr. drs. P. Fortuin, in aanwezigheid van mr. C.G.M. van Ede, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 september 2023.