ECLI:NL:CBB:2023:491
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten financiering COVID-19 wegens te late indiening
De onderneming diende een aanvraag in voor subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het tweede kwartaal van 2021. Deze aanvraag werd door de minister afgewezen omdat deze buiten de uiterste indieningsdatum van 20 augustus 2021 was ingediend. De onderneming stelde dat zij tijdig op 25 juni 2021 een aanvraag had ingediend, maar kon dit niet onderbouwen met een ontvangstbevestiging of andere bewijsstukken.
De minister stelde dat er geen technische storing was en dat het systeem van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland geen aanvraag van de onderneming op die datum bevatte. Het College vond de stelling van de onderneming niet aannemelijk en oordeelde dat het ontbreken van een ontvangstbevestiging de onderneming had moeten aanzetten tot controle.
Het College toetste het besluit ook aan het evenredigheidsbeginsel en concludeerde dat het afwijzen van de aanvraag niet onredelijk was, aangezien het beleid tegenwettig begunstigend is en de verantwoordelijkheid voor tijdige indiening bij de onderneming ligt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wegens te late indiening is ongegrond verklaard.