Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 september 2023 in de zaak tussen
de minister van Economische Zaken en Klimaat
Procesverloop
Overwegingen
Inleiding
College van Beroep voor het bedrijfsleven
De zaak betreft een aanvraag voor de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het derde kwartaal van 2021, die te laat werd ingediend. De minister wees de aanvraag af omdat deze niet vóór de uiterste termijn van 29 oktober 2021 17.00 uur was ontvangen. De onderneming stelde dat zij de aanvraag tijdig had ingediend, maar dat een internetstoring de verzending had vertraagd. Dit werd niet onderbouwd.
De minister handhaafde het besluit en verklaarde het bezwaar ongegrond. Het College toetste de afwijzing aan het evenredigheidsbeginsel en concludeerde dat het beleid van de minister, hoewel streng, niet in strijd is met de wet. De onderneming droeg onvoldoende bewijs aan voor een internetstoring en de minister kon geen tijdige aanvraag terugvinden.
Het College oordeelde dat de termijnoverschrijding voor rekening van de onderneming komt en dat de negatieve financiële gevolgen geen reden zijn om af te wijken van de regeling. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidieaanvraag wordt afgewezen wegens te late indiening.