ECLI:NL:CBB:2023:307
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet tijdig ingediend bezwaarschrift tegen intrekking subsidie vaste lasten COVID-19
De minister van Economische Zaken en Klimaat heeft op 2 augustus 2021 ambtshalve de subsidie voor de onderneming onder de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal van 2020 ingetrokken. De onderneming werd verplicht het betaalde voorschot van € 39.962,44 terug te betalen. Op 31 maart 2022 verklaarde de minister het bezwaar van de onderneming tegen dit intrekkingsbesluit niet-ontvankelijk wegens te late indiening van het bezwaarschrift.
De onderneming stelde dat zij nooit zelf de aanvraag voor de subsidie had gedaan en dat het besluit niet op juiste wijze was bekendgemaakt, omdat een ander e-mailadres was gebruikt. Zij maakte bezwaar op 5 oktober 2021, kort nadat zij het besluit op 22 september 2021 zou hebben vernomen. De minister betwistte dit en stelde dat de aanvraag via de inloggegevens van de onderneming was gedaan, tenzij deze aan derden waren verstrekt, wat de onderneming ontkende.
Het College oordeelde dat het uitgangspunt geldt dat een aanvraag met E-herkenning of Digi-D is gedaan door of namens de houder van die gegevens. Gezien de storting van het voorschot op de rekening van de onderneming acht het College aannemelijk dat de aanvraag door of namens de onderneming is gedaan. De verklaring van de onderneming over een vermeende fraude met een telefoontje en terugstorting van het geld werd niet geloofwaardig bevonden. Omdat het bezwaarschrift te laat was ingediend en geen verschoonbare omstandigheden waren gesteld, werd het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard vanwege te laat ingediend bezwaarschrift zonder verschoonbare termijnoverschrijding.