ECLI:NL:CBB:2023:280

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
6 juni 2023
Publicatiedatum
1 juni 2023
Zaaknummer
21/1532
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
  • H. van den Heuvel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling minister na tegemoetkoming aan onderneming in subsidiegeschil

In deze bestuursrechtelijke procedure heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan over een proceskostenveroordeling. De onderneming had beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat omtrent een subsidie voor vaste lasten financiering COVID-19. De minister heeft het bezwaar van de onderneming gegrond verklaard en alsnog een subsidie van €44.496,95 verleend.

Naar aanleiding hiervan heeft de onderneming het beroep ingetrokken en verzocht om de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. Het College heeft zonder zitting geoordeeld dat de minister aan de onderneming is tegemoetgekomen en op grond van artikel 8:75a Awb de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.

De proceskosten zijn vastgesteld op €1.674,- op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij punten zijn toegekend voor het indienen van het beroepschrift en het bijwonen van de zitting. Daarnaast is de minister verplicht het griffierecht van €360,- te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzitter H. van den Heuvel en griffier A.M. Slierendrecht op 6 juni 2023.

Uitkomst: De minister is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.674,- aan de onderneming.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

Zaaknummer: 21/1532
uitspraak zonder zitting van de enkelvoudige kamer van 6 juni 2023 in de zaak tussen

[naam] B.V., te [plaats] , de onderneming

(gemachtigde: mr. M.C.M.M. van de Ven),
en

de minister van Economische Zaken en Klimaat, de minister

(gemachtigden: H.G.M. Wammes en M.P. Beudeker).

Samenvatting

1. In deze uitspraak veroordeelt het College de minister tot vergoeding van de proceskosten in beroep, omdat de minister aan de onderneming tegemoet is gekomen.
2. Het College doet uitspraak zonder zitting, omdat het over voldoende informatie beschikt om de minister te veroordelen in de proceskosten. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat een zitting in dat geval niet nodig is.

Beoordeling

3. Als het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak in de kosten worden veroordeeld. Dat volgt uit artikel 8:75a van de Awb.
4. De hoogte van de proceskosten wordt vastgesteld aan de hand van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Hierin is vermeld voor welke proceshandelingen kosten worden vergoed met een systeem van vaste bedragen, gebaseerd op punten en wegingsfactoren.
5. Het College stelt vast dat de onderneming bij brief van 21 april 2023 het beroep heeft ingetrokken en het College daarbij heeft verzocht de minister in de proceskosten te veroordelen. De reden hiervoor is dat de minister bij besluit van 27 maart 2023 het bezwaar van de onderneming gegrond heeft verklaard en alsnog een subsidie heeft verleend van
€ 44.496,95. Daarmee is de minister aan de onderneming tegemoet gekomen. Het College veroordeelt de minister daarom tot vergoeding van de in de beroepsprocedure gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt het College op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.674,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting op 16 januari 2023 met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 1).
6. Ter voorlichting aan partijen merkt het College op dat de verplichting voor de minister om de kosten van het griffierecht van € 360,- te vergoeden rechtstreeks volgt uit artikel
8:41, zevende lid, van de Awb.

Beslissing

Het College veroordeelt de minister in de proceskosten van de onderneming tot een bedrag van € 1.674,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. van den Heuvel, in aanwezigheid van mr. A.M. Slierendrecht, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2023.
w.g. H. van den Heuvel w.g. A.M. Slierendrecht

Wat u kunt doet als u het niet eens bent met deze uitspraak

Tegen deze uitspraak kunt u in verzet gaan bij het College. U doet dit door in een brief (het verzetschrift) toe te lichten waarom u het niet eens bent met de uitspraak. Zorg ervoor dat het College uw verzetschrift op tijd ontvangt, namelijk binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Na deze termijn kan het College uw verzetschrift niet meer in behandeling nemen. In uw verzetschrift kunt u het College vragen om mondeling te mogen toelichten waarom u het niet eens bent met de uitspraak.