ECLI:NL:CBB:2023:225

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
2 mei 2023
Publicatiedatum
1 mei 2023
Zaaknummer
22/747
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard

De ondernemer stelde beroep in tegen een besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat, maar het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht van €184,- niet was betaald. De ondernemer voerde in verzet aan dat hij om uitstel van betaling had gevraagd en onder bewind stond vanwege beslag op zijn inkomsten.

Het College stelde vast dat het beroep op betalingsonmacht was afgewezen omdat de ondernemer niet de gevraagde bewijsstukken had ingediend en dat hij pas na het verstrijken van de termijn om verlenging had gevraagd. Een verzoek om uitstel van betaling was niet aangetroffen in de stukken.

Daarom verklaarde het College het verzet ongegrond, waardoor het beroep niet inhoudelijk werd behandeld en de zaak werd afgesloten. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het verzet van de ondernemer wordt ongegrond verklaard en het beroep niet inhoudelijk behandeld.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOORHET
BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/747

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 mei 2023 op het verzet van

[de ondernemer] , te [plaats]

(de ondernemer)

Procesverloop

De ondernemer heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 16 maart 2022. De minister heeft het bezwaar van de ondernemer tegen het besluit van 17 september 2021 niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift buiten de termijn is ingediend.
Bij uitspraak van 6 december 2022 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De ondernemer heeft tegen de uitspraak van 6 december 2022 verzet gedaan.

Overwegingen

1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de ondernemer, nadat zijn beroep op betalingsonmacht was afgewezen, het verschuldigde griffierecht van € 184,- niet heeft betaald.
2. De ondernemer heeft in verzet aangevoerd dat hij om uitstel van betaling had gevraagd en dat inmiddels beslag op zijn inkomsten is gelegd en hij onder bewind staat.
3. Uit de gedingstukken blijkt dat het beroep op betalingsonmacht is afgewezen omdat de ondernemer niet de gevraagde bewijsstukken heeft ingezonden. Ook blijkt daaruit dat hij (pas) na het verstrijken van de daarvoor gestelde termijn om verlenging van die termijn heeft gevraagd. Een verzoek om uitstel van betaling heeft het College niet aangetroffen. Het verzet is daarom ongegrond. Dat betekent dat het beroep van de ondernemer niet inhoudelijk wordt behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
4. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van
D.A. Bohlmeijer, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken
op 2 mei 2023.
w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer