ECLI:NL:CBB:2023:116
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar subsidie vaste lasten COVID-19 ongegrond verklaard
De onderneming heeft verzet aangetekend tegen een eerdere uitspraak waarin haar beroep tegen een ministerieel besluit niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn. De onderneming stelde dat zij de notificatie e-mail niet had ontvangen en dat de minister een fout had gemaakt die tot afwijzing van de subsidieaanvraag leidde.
Het College heeft vastgesteld dat de notificatie e-mail naar het opgegeven e-mailadres was verzonden en dat de onderneming had ingestemd met digitale communicatie. De onderneming heeft geen feitelijke onderbouwing gegeven voor het niet ontvangen van de e-mail, waardoor het besluit als correct bekendgemaakt geldt. Het bezwaarschrift werd ruim na de termijn ingediend en is daarom niet ontvankelijk.
De onderneming voerde aan dat de minister het bezwaar toch had moeten behandelen, mede vanwege een telefonische toezegging door een medewerker. Het College benadrukte dat de bezwaartermijn dwingend is en dat een te laat ingediend bezwaar alleen ontvankelijk is bij verschoonbare omstandigheden, die hier niet aanwezig zijn.
Daarnaast wees het College erop dat de minister ambtshalve een besluit kan heroverwegen, maar daartoe niet verplicht is. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en het eerdere besluit blijft in stand. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzet van de onderneming wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige indiening van het bezwaar.