Appellant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van het College van 3 mei 2022, waarin zijn beroep tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 7 september 2021 ongegrond werd verklaard. Dit besluit had het bezwaar van appellant tegen een eerder besluit van 2 april 2021 niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.
De bezwaartermijn eindigde op 14 mei 2021, maar het bezwaarschrift werd pas op 22 juni 2021 ontvangen, wat te laat was. Appellant voerde aan dat het e-mailbericht met de notificatie van het besluit in zijn spambox was beland, waardoor hij het niet tijdig had gezien. Ook wees hij op het feit dat veel overheidsberichten via fysieke post worden ontvangen, waardoor hij zijn spambox niet standaard controleerde.
Het College oordeelde dat appellant op het aanvraagformulier had aangegeven digitale correspondentie te accepteren en daarom alert had moeten zijn, inclusief het regelmatig controleren van de spambox. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard, het beroep niet inhoudelijk behandeld en de zaak beëindigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.