ECLI:NL:CBB:2022:569
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen besluit bij weigering keuringswerkzaamheden tijdens offerfeest
Appellante Holland Vlees Service B.V. had zich aangemeld voor keuringswerkzaamheden voor het slachten van schapen tijdens het offerfeest 2020. De minister weigerde deze werkzaamheden uit te voeren en verklaarde het bezwaar van appellante tegen deze weigering niet-ontvankelijk omdat het bericht geen besluit zou zijn.
Appellante stelde dat het bericht haar publiekrechtelijke rechtspositie wijzigde en dat het daarom een besluit was waartegen bezwaar en beroep mogelijk moesten zijn. Zij verwees naar EU-regelgeving die stelt dat een dierenarts permanent aanwezig moet zijn bij de keuring en dat weigering van keuringswerkzaamheden feitelijk een weigering tot slachting en goedkeuring van vlees inhoudt.
Het College oordeelde dat de weigering van keuringswerkzaamheden feitelijk van aard is en niet leidt tot een publiekrechtelijke rechtsgevolg. De minister is niet verplicht een systeem voor het plannen van keuringswerkzaamheden in te richten. Daarom is het bericht geen besluit in de zin van de Awb en was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard. Het College vond dat appellante wel procesbelang had omdat zij mogelijk schade had geleden en een inhoudelijk oordeel van belang kan zijn voor toekomstige besluiten, maar dat het bestreden besluit juridisch geen besluit was.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. J.L.W. Aerts op 23 augustus 2022.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat het bericht van de minister geen besluit is in de zin van de Awb.