ECLI:NL:CBB:2022:567
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen besluit bij weigering keuringspersoneel in te plannen voor slachtdagen
Appellante had bij de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit verzocht om keuringspersoneel in te plannen voor specifieke slachtdagen. De minister liet weten dat dit niet mogelijk was en verklaarde het bezwaar van appellante tegen deze berichten niet-ontvankelijk, omdat het geen besluiten zouden zijn in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Appellante stelde dat de weigering om personeel in te plannen haar het recht ontnam op wettelijk toezicht op de slachting van dieren, en dat dit in strijd was met Europese regelgeving en het verbod van willekeur. Het College onderzocht of er nog procesbelang was, gelet op het feit dat de gevraagde data inmiddels waren verstreken, en concludeerde dat appellante voldoende belang had vanwege mogelijke schade en het belang van een inhoudelijk oordeel voor toekomstige besluiten.
Het College oordeelde vervolgens dat de berichten van de minister geen besluiten zijn in de zin van artikel 1:3 Awb Pro, omdat er geen publiekrechtelijke grondslag is voor het plannen van keuringswerkzaamheden en de aanmelding en reactie feitelijk van aard zijn. De weigering om personeel in te plannen verandert de rechtspositie van appellante niet in publiekrechtelijke zin.
Daarom was het bestreden besluit om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren terecht en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de berichten geen besluiten zijn in de zin van artikel 1:3 Awb.