ECLI:NL:CBB:2021:839
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen fosfaatrechten voor melkveestal op Duits grondgebied volgens Meststoffenwet
Appellant exploiteert een melkveebedrijf nabij de grens met Duitsland en bouwde in 2012 een melkveestal volledig op Duits grondgebied. In het primaire besluit werd het fosfaatrecht vastgesteld op basis van alle dieren, inclusief die in de Duitse stal. Verweerder herzag dit in het herzieningsbesluit en kende geen fosfaatrechten toe voor de melk- en kalfkoeien in Duitsland, omdat deze stal niet onder de Nederlandse Meststoffenwet valt.
Appellant stelde dat het primaire besluit onherroepelijk was en dat het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel herziening in de weg stond. Verweerder betoogde dat de situatie anders was dan aanvankelijk aangenomen en dat het herzieningsbesluit rechtmatig was, mede vanwege Europese staatssteunregels.
Het College oordeelde dat de melkveestal op Duits grondgebied niet valt onder de definitie van bedrijf in de Meststoffenwet, waardoor het fosfaatrecht terecht werd herzien. Het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel werden niet geschonden omdat appellant niet gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de eerdere situatie. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het herzieningsbesluit gehandhaafd.