Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 augustus 2021 in de zaak tussen
[naam onderneming] , te [plaats] , appellant
Procesverloop
[naam 2] .
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellant teelt Japanse haver en kreeg een perceel afgekeurd door de NAK vanwege het aantreffen van wilde haver tijdens een veldkeuring op 28 juni 2019. De keurmeester maakte foto’s en verzamelde locatiegegevens van de wilde haver. De NAK handhaafde dit besluit na bezwaar van appellant.
Op grond van Europese richtlijnen en nationale wetgeving is de NAK bevoegd om percelen af te keuren wanneer wilde haver wordt aangetroffen. Het keuringsreglement en de aanwijzingen van de vaste commissie schrijven onmiddellijke afkeuring voor bij het vinden van één of meer wilde haverplanten.
Appellant voerde aan dat het keuringsrapport summier en niet ondertekend was, waardoor het niet als grondslag voor het besluit kon dienen. Het College verwierp dit betoog omdat het rapport was opgesteld door een bevoegde toezichthouder en er geen gegronde twijfel bestond over de bevindingen. Foto’s en locatiegegevens ondersteunden de vaststelling.
De stelling dat de keurmeester de wilde haver aan appellant had moeten tonen of eruit had moeten trekken, werd verworpen. Er is geen ruimte voor herkeuring of belangenafweging volgens het keuringsreglement. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afkeuring van het perceel Japanse haver wegens wilde haver wordt ongegrond verklaard.