ECLI:NL:CBB:2021:743
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen ontheffing fosfaatrecht wegens individuele en buitensporige last
Appellante, een jongveehouderijbedrijf, voerde beroep aan tegen het bestreden besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin een ontheffing werd verleend ter compensatie van de individuele en buitensporige last die het fosfaatrechtenstelsel haar oplegt.
De minister had het fosfaatrecht vastgesteld op basis van het aantal dieren op 2 juli 2015, wat niet volledig aansloot bij de bedrijfsvoering van appellante die gekenmerkt wordt door sterke schommelingen in dierenaantallen. De ontheffing van 220 kg fosfaatrecht moest de disproportionele effecten opvangen. Appellante was het eens met het vastgestelde fosfaatrecht, maar betwistte de vorm van compensatie en stelde dat het besluit niet voldoende was gemotiveerd en in strijd was met het evenredigheids- en gelijkheidsbeginsel.
Het College oordeelde dat de minister binnen zijn beleidsvrijheid terecht had gekozen voor een ontheffing en niet voor een verhoging van het fosfaatrecht. Het beroep op motiveringsgebrek werd verworpen omdat de minister dit voldoende had toegelicht. Ook was er geen sprake van strijd met het evenredigheidsbeginsel omdat de ontheffing de bedrijfsvoering mogelijk maakt en het gelijkheidsbeginsel werd niet geschonden omdat de situatie van appellante niet vergelijkbaar is met andere gevallen waarbij het fosfaatrecht werd verhoogd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en de verleende ontheffing blijft gehandhaafd.