ECLI:NL:CBB:2021:73
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op startersregeling fosfaatrechten bij gedeeltelijke overname melkveebedrijf
Appellant, een melkveehouder, voerde beroep aan tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin zijn verzoek om als nieuw gestart bedrijf te worden aangemerkt en daarmee aanspraak te maken op een verhoogd fosfaatrecht werd afgewezen. De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 72 van Pro het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet, dat voorwaarden stelt aan de startersregeling.
De feiten wezen uit dat appellant in 2017 een gedeeltelijke overname deed van een beëindigd melkveebedrijf, waardoor hij fosfaatrechten verkreeg. Het College oordeelde dat hierdoor niet voldaan werd aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 72, tweede lid, onder e, van het Uitvoeringsbesluit. Daarnaast was sprake van een voortzetting of doorstart van een bestaand bedrijf, waardoor ook niet werd voldaan aan het vereiste van een nieuw gestart bedrijf volgens artikel 72, tweede lid, onder a.
Appellant stelde dat de regeling te strikt werd toegepast en dat hij onevenredig werd benadeeld, mede gelet op de Regeling fosfaatreductieplan 2017 en de nota van toelichting. Het College verwierp deze argumenten en wees erop dat de startersregeling strikt moet worden uitgelegd. Ook werd het beroep op een individuele en buitensporige last niet ontvankelijk geacht in deze procedure.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd. Het College zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van zijn verzoek om als nieuw gestart bedrijf te worden aangemerkt is ongegrond verklaard.