Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juni 2021 in de zaak tussen
[naam onderneming 1] en [naam onderneming 2], te [plaats] , appellanten
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellanten exploiteren een jongveeopfokbedrijf en deden een beroep op de knelgevallenregeling op grond van bijzondere omstandigheden, zoals het overlijden van de vader van appellant en ziekte van zijn moeder, die volgens hen hebben geleid tot een lagere veebezetting en daarmee een lager fosfaatrecht.
Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van de dieraantallen op 2 juli 2015 en wees het beroep op de knelgevallenregeling af omdat het causale verband tussen de bijzondere omstandigheden en de lagere veebezetting ontbrak. Appellanten konden niet aannemelijk maken dat de afname van het aantal dieren op het bedrijf het gevolg was van deze omstandigheden, maar eerder van het beëindigen van een opfokovereenkomst en het niet kunnen vinden van nieuwe melkveebedrijven.
Het College oordeelde dat hoewel de bijzondere omstandigheden erkend werden en de 5%-drempel werd gehaald, het ontbreken van een causaal verband het beroep op de knelgevallenregeling doet falen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep op de knelgevallenregeling wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een causaal verband tussen bijzondere omstandigheden en lagere fosfaatrechten.