ECLI:NL:CBB:2020:88
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen onderscheid tussen schapen en lammeren bij diergezondheidsheffing
Bij besluit van 12 februari 2019 stelde de minister de definitieve diergezondheidsheffing voor schapen en geiten voor het jaar 2018 vast op €220,95, gebaseerd op gemiddeld 180 schapen bij appellant. Appellant maakte bezwaar omdat lammeren volgens hem geen schapen zijn en niet meegeteld mochten worden. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard. In hoger beroep voerde appellant aan dat de regelgeving alleen spreekt over schapen en niet over lammeren.
Het College oordeelt dat het begrip 'schaap' niet is gedefinieerd in de relevante wet- en regelgeving. Daarom moet aansluiting worden gezocht bij het normale spraakgebruik, waarin een lam een jong schaap is. Er is geen wettelijke uitzondering voor lammeren. De heffing is terecht berekend over het totale aantal schapen inclusief lammeren.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. De uitspraak is gedaan door mr. J.A.M. van den Berk namens het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 11 februari 2020.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de diergezondheidsheffing inclusief lammeren blijft van kracht.