ECLI:NL:CBB:2020:706
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning dwangsom wegens ontbreken lopende bezwaarprocedure en geen termijnoverschrijding
Appellante heeft een ingebrekestelling gestuurd wegens het uitblijven van een beslissing op haar bezwaarschrift van november 2018. Dit bezwaarschrift is echter op grond van artikel 6:15 Awb Pro doorgestuurd als beroepschrift tegen de beslissing op bezwaar van november 2018, waardoor er geen lopende bezwaarprocedure meer was.
Het College overweegt dat de ingebrekestelling van december 2019 niet is ingesteld tijdens een lopende bezwaarprocedure en dat er geen aanvraag in de zin van artikel 4:17 Awb Pro was waarop verweerder diende te beslissen. Daarom bestaat er geen grondslag voor toekenning van een dwangsom.
Verder verzoekt appellante vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het College stelt vast dat de redelijke termijn is aangevangen met het indienen van het beroepschrift in februari 2020 en dat de behandeling daarvan acht maanden heeft geduurd, waardoor geen termijnoverschrijding is vastgesteld.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 13 oktober 2020.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen dwangsom verschuldigd wegens het ontbreken van een lopende bezwaarprocedure en geen termijnoverschrijding.