ECLI:NL:CBB:2020:551
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid beroepen wegens niet tijdig betalen griffierecht ongegrond verklaard
Appellanten, bestaande uit 92 pluimveehouders, hadden beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit betreffende een diergezondheidsheffing. Een deel van deze beroepen werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet of niet tijdig was betaald. Hiertegen werd verzet ingesteld.
De gemachtigde van appellanten voerde aan dat er intensief contact was geweest met de griffie om de zaken efficiënt te behandelen, vooral in de vakantieperiode, maar dat het op het laatste moment niet mogelijk bleek om de betalingstermijn te verlengen. Desondanks was het niet tijdig betalen van het griffierecht niet verschoonbaar.
Het College oordeelde dat appellanten voldoende waren herinnerd aan de betalingstermijn en dat er geen reden was om uitstel te verlenen. De verantwoordelijkheid voor tijdige betaling lag bij appellanten. Daarom werden de verzetten ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdige betaling van het griffierecht is ongegrond verklaard.